"Ik ben een grotere fan van Leonard dan jullie hier allen samen". Adam Cohen steekt de bewondering voor his Old Man niet onder stoelen of banken. Hij is ermee gestopt om te trachten niet te klinken als zijn vader. De aanvaarding hiervan levert nu een reeks prachtige songs op als 'Like A Man', 'Sweet Dominique', en 'What Other Guy', waarin de appel van Adam niet ver van de boom valt. Bovendien bezit zoonlief een soort relativerende humor die zijn familieband nog meer onderstreept. Gul trakteert hij de zaal met 'So Long, Marianne' en geniet hier duidelijk zelf van. Wanneer iemand in de zaal roept dat hij zelfs beter is dan zijn vader repliceert Adam dat zoiets goed is om te horen maar hij voegt er meteen aan toe dat het een leugen is. Dit alles maakt hem een innemende artiest met veel zelfkennis.
Shake
zaterdag, november 19, 2011
zondag, november 13, 2011
Raphael Saadiq genereert powersoul met atoomkracht
Raphael Saadiq live is een belevenis die we niet gauw zullen vergeten. Vrijwel zonder verwachtingen zakten wij af naar Leuven. Een paar uur later stonden wij, totally blown away, ons af te vragen hoelang het geleden was dat we nog zo'n adembenemend sterk concert zagen. Saadiq, die twee jaar in dienst stond van Prince, weet vanuit vroegere ervaringen hoe hij het publiek als een superieure entertainer moet bespelen en blijkt in staat zijn concert perfect op te bouwen. Hij bouwt rustpunten in waar nodig en geeft gas wanneer de tijd daarvoor rijp is. Eén en ander leidt tot een ultieme climax die niemand onberoerd laat. Opener 'Heart Attack' sloeg in als een splinterbom en zette iedereen meteen in beweging. 'Let's Take A Walk' mikte vooral naar de onderbuik terwijl 'Don't Mess With My Man' met zulk een atomische kracht werd gespeeld dat de stenen in de Leuvense Depot bijna uit hun voegen barsten. Absoluut hoogtepunt werd 'The Answer', soul van bijna goddelijke makelij, Marvin Gaye meer dan waardig. En waarneer tijdens de slotronde nog eens een briljante versie van 'Let The Sunshine In' van Fifth Dimension de zaal wordt ingeslingerd is het game, set, match to... Mr. Saadiq!
Shake
Shake
woensdag, november 09, 2011
Gillian Welch schittert in de Arenberg
Het concert van Gillian Welch en Dave Rawlings in de Arenbergschouwburg wordt door vele muzikale vrienden beschouwd als het concert van het jaar. Lichtjes overdreven vinden wij al stond dit optreden wel op een muzikaal zeer hoog niveau. Akkoord, songs als 'I Want To Sing That Rock'n'Roll', 'The Way It Goes', 'Look at Miss Ohio', 'Elvis Presley Blues', 'I'll Fly Away' en 'Long Black Veil' hebben zonder meer elk hun plekje verdiend in de country hemel en werden op een verblufffende wijze vertolkt, maar het concert miste, naar onze bescheiden mening, in zijn geheel toch wat aan spanningskracht en variatie. Het tweede deel kwam ook een stuk beter uit de verf dan het eerste en daarom is de eretitel 'concert van het jaar' net iets te hoog gegrepen. Desalniettemin zullen wij een zeer goede herinnering bewaren aan deze bijzondere avond en de zeldzame kans om Lady Gillian eens live aan het werk te zien.
Shake
Shake
zondag, november 06, 2011
Indrukwekkende Johnny Winter in Heerlen
De sympathieke bluesrocker en Woodstockveteraan Johnny Winter is inmiddels 67 jaar oud, zeer slecht ter been en bijna blind. Maar met z'n gitaar doet hij nog steeds precies wat hij wil. Vingervlugge solo's haalt Johnny net zo makkelijk uit zijn gitaar als een scheut whiskey uit z'n fles. Hoogtepunten uit het gesmaakte optreden waren onder meer de verschroeiende Stones-cover 'Gimme Shelter', het messcherpe 'Highway 61' en het huppelende 'Got My Mojo Working'. Dit laatste nummer staat ook op zijn uitstekende nieuwe album 'Roots', één van de beste bluesplaten van het jaar. Achteraf werden wij ontvangen in de camper van Johnny, waar hij gewillig zijn nieuwe cd voor ons signeerde.
Shake
Shake
zaterdag, november 05, 2011
Alice Cooper is nog steeds niet kapot te krijgen
Alice stierf maar één keer tijdens zijn show in de AB, namelijk op het schavot. Dat is ongeveer twee keer minder dan gemiddeld, maar we moeten anderzijds in rekening brengen dat Cooper wel voor een levende slang, een reuze Frankenstein en een blonde vamp (gitariste Orienthi) zorgde om het spektakelniveau op peil te houden. Het is nog steeds allemaal wel een beetje horror-om-te-lachen, but we like it, yes we do! Vooral omdat het andermaal muzikaal zeer goed klopte. De shockrocker bleek deze keer overigens zeer goed bij stem en Orienthi (die nog bij Prince en Michael Jackson speelde) wist op meer dan behoorlijke wijze stergitarist Damon Johnson te vervangen. Ze ziet er bovendien een stuk aantrekkelijker uit. Zwier hier bovenop nog een flinke portie onvervalste Hard Rock hits als 'Poison', 'Shool's Out', 'Elected' en we kunnen spreken van een meer dan geslaagde muzikale avond. Hoog tijd om onze vleermuizen los te laten!
Shake
Shake
vrijdag, november 04, 2011
McCoy Tyner: Eresaluut aan Hartman & Coltrane
De muziek van een klassiek album succesvol nieuwe
levenskracht inblazen, is niet iedereen gegeven. Toch bleek de 73-jarige McCoy
Tyner, de laatste overlevende van het legendarische John Coltrane Quartet,
samen met enkele topmuzikanten, daartoe in staat. Het opzet van de avond
bestond erin om songs die John Coltrane samen met zanger Johnny Hartman op
plaat zette live op het podium te vertolken. Ten tijde van de originele opnames,
die onder het toeziend oog van Bob Thiele plaatsvonden in New Jersey op 7 maart
1963, had pianist McCoy Tyner zijn vaste stek binnen het klassieke John
Coltrane Quartet. Het was voor laatstgenoemde een hele uitdaging om te werken
met een vocalist en het zou ook bij die ene keer blijven. Jammer eigenlijk want
het titelloze album 'John Coltrane and Johnny Hartman' is een vijfsterren plaat
die, niet alleen omdat het een buitenbeentje is maar ook omwille van de
ijzersterke vertolkingen, ook nu nog tot de grote jazz klassiekers behoort.
Het McCoy Tyner trio, bestaande uit de pianist zelve, bassist Gerald Cannon trad in de AB niet aan met zijn vaste drummer Francisco Mela maar vond in Joe Farnsworth, die zijn sporen onder meer verdiende bij Diana Krall en Pharoah Sanders, een waardige vervanger. Aan dit trio werden tenor saxofonist Chris Potter, die de rol van Coltrane op zich nam en zanger José James toegevoegd. Deze laatste kreeg in ons landje enige bekendheid als muzikaal maatje van Jef Neve waarmee hij de plaatopname 'For All We Know' realiseerde, niet toevallig op hetzelfde Impulse label als jazzreus Trane. Jef Neve en José James creëerden in het recente verleden tevens een gesmaakt programma rond de muziek van de legendarische saxofonist en het mag dus ook geen wonder heten dat één en ander niet ongemerkt aan de neus van Tyner voorbijging en James nu de kans kreeg om aan zijn zijde de wereld rond te toeren.
De start-up van de avond gebeurde via enkele instrumentale nummers waaronder het melodieuze 'Fly With The Wind' ("een nummer dat ik al heel mijn leven speel," dixit Tyner) en 'Ballad For Aisha', een tweede Tyner original. De pianist bouwt deze laatste song aanvankelijk helemaal solo op om hem daarna in handen te geven van zijn muzikanten die mekaar enkele mooie solo's gunnen. De eerste rechtstreekse referentie naar Coltrane gebeurt in de vorm van 'Moment's Notice'.
Zijn typische hamerende speelstijl is door de jaren heen wat afgezwakt maar McCoy Tyner weet nog steeds als geen ander zijn muzieknoten te placeren, om het op z'n Brussels te zeggen. Ondertussen doet Chris Potter het meer dan behoorlijk op de tenor. Niet dat we Trane erbij zouden vergeten, maar plezierig luisteren blijft het alleszins.
Na de eerste drie instrumentale nummers loopt José James het podium op en het mag aan het publieksapplaus duidelijk wezen dat deze zoet gevoicede bariton reeds over een flink aantal Belgische fans beschikt, al houden die zich de rest van de avond wat gedeisd. De fysieke verschijning van de jonge Amerikaanse zanger uit New York mag er zeker zijn en we vermoeden meteen dat, naast 's mans grote muzikale kwaliteiten als vocalist, Jef Neve hier ook wel oog voor zal gehad hebben.
James zet eerst zijn tanden (of beter gezegd zijn lippen) in de wonderschone ballad ' Autumn Serenade'. De zanger kan de vergelijking met Johnny Hartman duidelijk doorstaan. Beiden beschikken ze over een warme bariton en een soepel verende frasering. Alleen het timbre van de twee zangers verschilt enigszins. Johnny Hartman zong op de plaatversie ook ietsje meer laid-back dan José James nu live in de AB. Niettemin kunnen wij van deze versies ten volste genieten.
De volgende ballad, 'Dedicated To You' genaamd, is opnieuw een schot in de roos, zowel qua zang als qua begeleiding. Het smoothly klinkend groepsgeluid dat de muzikanten genereren is er eentje om in te kaderen. Daarna mag het plagende 'You Are Too Beautiful' eventjes uit de pan swingen maar eindigen doet José James met het moeilijkste: een klassieker als 'My One And Only Love' (gecoverd door onder meer Sinatra, Fitzgerald, Martin, Vaughn,...) naar je hand zetten is bijna onbegonnen werk. Hij laat deze dan ook vrij dicht tegen de definitieve versie van Johnny Hartman aanleunen. Geen probleem echter want we noteren het als één van de hoogtepunten van de avond.
Na de gezongen passage van James duiken McCoy Tyner & Co opnieuw de jazzgeschiedenis binnen en trakteren ons nog op een swingend 'In A Mellow Tone' (Duke Ellington) en een Afrikaans aandoend slotakkoord waarvan we de titel helaas zijn kwijtgeraakt.
Er volgen daarna geen bisnummers meer en dus ook niet de verhoopte versies van 'Lush Life' en 'They Say It's Wonderful' en zo blijven dit de enige twee nummers uit de Coltrane/Hartman plaat die we tot onze spijt niet te horen kregen.
Desalniettemin mogen we niet alleen spreken van een bijzonder geslaagde muzikale avond maar bovendien ook van één van de mooiste jazzconcerten van dit bijna voorbije jaar. Thuisgekomen rondom middernacht doken we onze platenkast in en schoven we het Coltrane-Hartman album zachtjes in onze cd-speler om er een uur lang van te genieten. Chill out, Man! Een betere manier om deze dagen de middenvinger uit te steken naar de Halloween gekte bestaat er immers niet.
Shake
Het McCoy Tyner trio, bestaande uit de pianist zelve, bassist Gerald Cannon trad in de AB niet aan met zijn vaste drummer Francisco Mela maar vond in Joe Farnsworth, die zijn sporen onder meer verdiende bij Diana Krall en Pharoah Sanders, een waardige vervanger. Aan dit trio werden tenor saxofonist Chris Potter, die de rol van Coltrane op zich nam en zanger José James toegevoegd. Deze laatste kreeg in ons landje enige bekendheid als muzikaal maatje van Jef Neve waarmee hij de plaatopname 'For All We Know' realiseerde, niet toevallig op hetzelfde Impulse label als jazzreus Trane. Jef Neve en José James creëerden in het recente verleden tevens een gesmaakt programma rond de muziek van de legendarische saxofonist en het mag dus ook geen wonder heten dat één en ander niet ongemerkt aan de neus van Tyner voorbijging en James nu de kans kreeg om aan zijn zijde de wereld rond te toeren.
De start-up van de avond gebeurde via enkele instrumentale nummers waaronder het melodieuze 'Fly With The Wind' ("een nummer dat ik al heel mijn leven speel," dixit Tyner) en 'Ballad For Aisha', een tweede Tyner original. De pianist bouwt deze laatste song aanvankelijk helemaal solo op om hem daarna in handen te geven van zijn muzikanten die mekaar enkele mooie solo's gunnen. De eerste rechtstreekse referentie naar Coltrane gebeurt in de vorm van 'Moment's Notice'.
Zijn typische hamerende speelstijl is door de jaren heen wat afgezwakt maar McCoy Tyner weet nog steeds als geen ander zijn muzieknoten te placeren, om het op z'n Brussels te zeggen. Ondertussen doet Chris Potter het meer dan behoorlijk op de tenor. Niet dat we Trane erbij zouden vergeten, maar plezierig luisteren blijft het alleszins.
Na de eerste drie instrumentale nummers loopt José James het podium op en het mag aan het publieksapplaus duidelijk wezen dat deze zoet gevoicede bariton reeds over een flink aantal Belgische fans beschikt, al houden die zich de rest van de avond wat gedeisd. De fysieke verschijning van de jonge Amerikaanse zanger uit New York mag er zeker zijn en we vermoeden meteen dat, naast 's mans grote muzikale kwaliteiten als vocalist, Jef Neve hier ook wel oog voor zal gehad hebben.
James zet eerst zijn tanden (of beter gezegd zijn lippen) in de wonderschone ballad ' Autumn Serenade'. De zanger kan de vergelijking met Johnny Hartman duidelijk doorstaan. Beiden beschikken ze over een warme bariton en een soepel verende frasering. Alleen het timbre van de twee zangers verschilt enigszins. Johnny Hartman zong op de plaatversie ook ietsje meer laid-back dan José James nu live in de AB. Niettemin kunnen wij van deze versies ten volste genieten.
De volgende ballad, 'Dedicated To You' genaamd, is opnieuw een schot in de roos, zowel qua zang als qua begeleiding. Het smoothly klinkend groepsgeluid dat de muzikanten genereren is er eentje om in te kaderen. Daarna mag het plagende 'You Are Too Beautiful' eventjes uit de pan swingen maar eindigen doet José James met het moeilijkste: een klassieker als 'My One And Only Love' (gecoverd door onder meer Sinatra, Fitzgerald, Martin, Vaughn,...) naar je hand zetten is bijna onbegonnen werk. Hij laat deze dan ook vrij dicht tegen de definitieve versie van Johnny Hartman aanleunen. Geen probleem echter want we noteren het als één van de hoogtepunten van de avond.
Na de gezongen passage van James duiken McCoy Tyner & Co opnieuw de jazzgeschiedenis binnen en trakteren ons nog op een swingend 'In A Mellow Tone' (Duke Ellington) en een Afrikaans aandoend slotakkoord waarvan we de titel helaas zijn kwijtgeraakt.
Er volgen daarna geen bisnummers meer en dus ook niet de verhoopte versies van 'Lush Life' en 'They Say It's Wonderful' en zo blijven dit de enige twee nummers uit de Coltrane/Hartman plaat die we tot onze spijt niet te horen kregen.
Desalniettemin mogen we niet alleen spreken van een bijzonder geslaagde muzikale avond maar bovendien ook van één van de mooiste jazzconcerten van dit bijna voorbije jaar. Thuisgekomen rondom middernacht doken we onze platenkast in en schoven we het Coltrane-Hartman album zachtjes in onze cd-speler om er een uur lang van te genieten. Chill out, Man! Een betere manier om deze dagen de middenvinger uit te steken naar de Halloween gekte bestaat er immers niet.
Shake
dinsdag, november 01, 2011
Sterke Patti Smith weet Sinner's Day toch nog te redden
De 2011 editie van Sinner's Day bleek, afgezien van een schitterende Patti Smith, een maat voor niks. Het optreden van The Exploited kunnen we samenvatten als overloos geschreeuw en gebral. Visage (ronduit belachelijk), The Mission (saai), Diamanda Gallas (onbeluisterbaar), The Cult (ondermaats) en Karl Bartos (mooie videoshow tijdens leuke Kraftwerkdeuntjes) waren allen passagiers van een zinkend schip. Gelukkig dat Patti Smith met een ongelooflijk bezield, ja zelfs bezeten optreden de dag nog wist de redden.
Gloria, Redondo Beach, Free Money, Ghost Dance, My Blakean Year, Beneath the Southern Cross, Ain’t it Strange, Because the Night, Pissing in a River, People
Have the Power en Rock n Roll Nigger waren de songs
die het onoverwinnelijk elftal uitmaakten.
Toen de zangeres zich voluit voor de 'Occupy Wall Street'
beweging uitsprak en het publiek,opriep hetzelfde te doen,
leek het plots revolutie in Hasselt. Eindelijk. Dank u, Patti.
Shake
woensdag, oktober 26, 2011
Wanda Jackson shakes it well
Akkoord, Wanda Jackson liet nu en dan een valse noot klinken en was tegen het einde van het concert even haar stem kwijt, maar toch vonden wij dit een schitterend concert van een dame die al meer dan een halve eeuw carrière maakt. De overgave en de humor die Wanda vandaag de dag nog volop tentoon spreidt, werkte bijzonder aanstekelig. Het heerlijke gekrijs van haar schelle stem vertegenwoordigt voor ons nog steeds al het goede van de goede ouwe rock'n'roll. Bovendien wordt ze als country dame zwaar onderschat. 'Who can shake a chicken in the middle of the room?' Wanda can!
Shake
Shake
dinsdag, oktober 25, 2011
Imelda May geeft Rockabilly nieuw gezicht
'The Queen of Rockabilly' wordt ze de laatste tijd steevast genoemd en daar valt wel iets voor te zeggen. Imelda May heeft zeker de verdienste het genre opnieuw actueel te maken. Ze is een sterke performer die een publiek bij het nekvel kan grijpen, alleen vinden we (de meeste van) haar songs nog net niet sterk genoeg. Dat was vooral te merken toen ze zich tijdens de bisnummers gooiede op enkele Elvis-nummers en een flamboyante cover van 'Tainted Love' waarmee ze de zaal moeiteloos plat kreeg.
Shake
Shake
zondag, oktober 23, 2011
Roger McGuinn tiereliert vrolijk in Gent
Met de wetenschap dat de legendarische groep The Byrds nooit
meer zullen samentroepen organiseerde de Gentse Handelsbeurs, onder het motto
'Beter één volgen in de hand...', een solo concert van opper-Byrd Roger
McGuinn. Het werd uiteindelijk eerder 'An evening with...' dan een echt concert
en hoewel de zanger zich ook niet echt profileerde als een volleerde
storyteller wist hij wel enkele boeiende anekdotes op het publiek los te laten.
Eerste vraag: Heeft deze Byrd iets met palmen? Net zoals op R&B Peer enkele jaren geleden stonden er nu weer enkele groene kamerplanten opgesteld, maar dat was waarschijnlijk om het veel te grote podium toch wat intiemer te maken.
Met zijn rode 12-strings Rickenbacker om de nek kwam McGuinn, geheel in zwarte outfit en met een boswachterhoedje op het hoofd, de Gentse planken opgewandeld op de tonen van het van Bob Dylan geleende 'My Back Pages'. Als iemand het oeuvre van Dylan toegankelijk gemaakt heeft voor radio airplay dan zullen het The Byrds wel geweest zijn. Nog steeds steekt Roger de bewondering voor zijn almachtige goeroe niet onder stoelen of banken. Na een mooi akoestisch 'She Don't Care About Time' vertelt McGuinn hoe hij een gekregen kladje van Dylan bijna aanbad als was het The Holy Grail om het nadien te transformeren tot 'Ballad of Easy Rider', bedoeld voor de gelijknamige film uit 1969.
Onze vriendelijke Hoofdvogel wisselt met de regelmaat van een klok zijn Rickenbacker af met de speciaal voor hem ontworpen zevensnarige (!) akoestische gitaar. De hele avond zal verder blijken dat Roger een begenadigd gitarist is. Toch schiet hij als solo performer wat te kort. Hij speelt zijn liedjes rechttoe rechtaan maar mist toch wat bevlogenheid. Meestal oogst hij een beleefd applaus, maar zelden meer dan dat. De vlam in de pan krijgen we nooit, zodat werkelijk enthousiaste reacties uitblijven en het toch allemaal iets te braaf blijft.
McGuinn legt zijn jeugd en vroege invloeden bloot met versies van 'St. James Infirmary Blues', de Woody Guthrie song ' Pretty Boy Floyd' en het van Lead Belly en Lonnie Donnegan bekende 'Rock Island Line'. Daarna komen nog een reeks Bob Dylan adaptaties aan bod: 'All I Really Wanna Do' bijvoorbeeld waaronder McGuinn en zijn vogelvrienden een flinke Beatle Beat plaatsten, het countrygetinte 'You Ain't Goin' Nowhere' en -als piece de resistance- 'Mr Tambourine Man'.
Natuurlijk maakte de sympathieke Vogel ons ook deelgenoot in de glorie van de grote Byrds klassiekers. 'Chetnut Mare', '5D', 'Mr Spaceman, 'I Feel a Whole Lot Better', 'Eight Miles High' (een knipoog naar 'Eight Days a Week' van The Beatles) en het zweverige 'Turn, Turn, Turn': één voor één toch allemaal wereldklassiekers van formaat. Des te jammer dat McGuinn deze nummers solo moest performen, we misten toch wel het vroegere groepsgeluid en vooral de magistrale samenzang van de originelen. Ook minder bekend Byrds materiaal kwam aan bod via het mooie, samen met Gene Clark geschreven, 'Get To You' (uit de magistrale plaat 'The Notourious Byrd Brothers') en het hilarische 'Drug Store Truck Drivin Man' (ook wel bekend van de versie die Joan Baez hiervan neerzette op Woodstock).
Daarnaast blikte McGuinn terug op zijn solo carrière via onder meer de piratenhymne 'Jolly Roger', naar eigen zeggen bijzonder populair ten tijde van zijn deelname aan Bob Dylan's Rolling Thunder Revue, het van Joni Mitchell geleende 'Dreamland', de rocker 'Lover On The Bayou' en het nauwelijks bekende 'Parade Of Lost Dreams'.
Samengevat kunnen we zeker stellen dat het wederom een genoegen was om deze muzieklegende in ons midden te hebben. Toch was de man beter tot zijn recht gekomen middenin een ruimere orchestratie. Of met andere woorden: gevogelte kan best lekker zijn maar smaakt nog meer met wat verse groentjes en een portie friet erbij. Cheers!
Shake
Eerste vraag: Heeft deze Byrd iets met palmen? Net zoals op R&B Peer enkele jaren geleden stonden er nu weer enkele groene kamerplanten opgesteld, maar dat was waarschijnlijk om het veel te grote podium toch wat intiemer te maken.
Met zijn rode 12-strings Rickenbacker om de nek kwam McGuinn, geheel in zwarte outfit en met een boswachterhoedje op het hoofd, de Gentse planken opgewandeld op de tonen van het van Bob Dylan geleende 'My Back Pages'. Als iemand het oeuvre van Dylan toegankelijk gemaakt heeft voor radio airplay dan zullen het The Byrds wel geweest zijn. Nog steeds steekt Roger de bewondering voor zijn almachtige goeroe niet onder stoelen of banken. Na een mooi akoestisch 'She Don't Care About Time' vertelt McGuinn hoe hij een gekregen kladje van Dylan bijna aanbad als was het The Holy Grail om het nadien te transformeren tot 'Ballad of Easy Rider', bedoeld voor de gelijknamige film uit 1969.
Onze vriendelijke Hoofdvogel wisselt met de regelmaat van een klok zijn Rickenbacker af met de speciaal voor hem ontworpen zevensnarige (!) akoestische gitaar. De hele avond zal verder blijken dat Roger een begenadigd gitarist is. Toch schiet hij als solo performer wat te kort. Hij speelt zijn liedjes rechttoe rechtaan maar mist toch wat bevlogenheid. Meestal oogst hij een beleefd applaus, maar zelden meer dan dat. De vlam in de pan krijgen we nooit, zodat werkelijk enthousiaste reacties uitblijven en het toch allemaal iets te braaf blijft.
McGuinn legt zijn jeugd en vroege invloeden bloot met versies van 'St. James Infirmary Blues', de Woody Guthrie song ' Pretty Boy Floyd' en het van Lead Belly en Lonnie Donnegan bekende 'Rock Island Line'. Daarna komen nog een reeks Bob Dylan adaptaties aan bod: 'All I Really Wanna Do' bijvoorbeeld waaronder McGuinn en zijn vogelvrienden een flinke Beatle Beat plaatsten, het countrygetinte 'You Ain't Goin' Nowhere' en -als piece de resistance- 'Mr Tambourine Man'.
Natuurlijk maakte de sympathieke Vogel ons ook deelgenoot in de glorie van de grote Byrds klassiekers. 'Chetnut Mare', '5D', 'Mr Spaceman, 'I Feel a Whole Lot Better', 'Eight Miles High' (een knipoog naar 'Eight Days a Week' van The Beatles) en het zweverige 'Turn, Turn, Turn': één voor één toch allemaal wereldklassiekers van formaat. Des te jammer dat McGuinn deze nummers solo moest performen, we misten toch wel het vroegere groepsgeluid en vooral de magistrale samenzang van de originelen. Ook minder bekend Byrds materiaal kwam aan bod via het mooie, samen met Gene Clark geschreven, 'Get To You' (uit de magistrale plaat 'The Notourious Byrd Brothers') en het hilarische 'Drug Store Truck Drivin Man' (ook wel bekend van de versie die Joan Baez hiervan neerzette op Woodstock).
Daarnaast blikte McGuinn terug op zijn solo carrière via onder meer de piratenhymne 'Jolly Roger', naar eigen zeggen bijzonder populair ten tijde van zijn deelname aan Bob Dylan's Rolling Thunder Revue, het van Joni Mitchell geleende 'Dreamland', de rocker 'Lover On The Bayou' en het nauwelijks bekende 'Parade Of Lost Dreams'.
Samengevat kunnen we zeker stellen dat het wederom een genoegen was om deze muzieklegende in ons midden te hebben. Toch was de man beter tot zijn recht gekomen middenin een ruimere orchestratie. Of met andere woorden: gevogelte kan best lekker zijn maar smaakt nog meer met wat verse groentjes en een portie friet erbij. Cheers!
Shake
donderdag, oktober 20, 2011
Bob Dylan haalt zijn slag thuis in Antwerpen
Bob Dylan was goed in Antwerpen. Vergeet alle slechte reviews uit allerlei dagbladen die het tegenovergestelde beweren. Meer dan dertig jaar lang slaagt de pers er niet in om een min of meer eensgezinde mening over een Dylan concert te formuleren en ook dit keer was dit niet anders. Na de achtentwintig concerten die ik van Dylan meemaakte kan ik toch min en meer wat vergelijken en nogmaals... Dylan was goed. Vooral tijdens de songs dat hij zich niet achter zijn orgeltje verschuilde, hoorde je intense versies van onder meer 'Love Sick', 'Not Dark Yet', 'Forgetful Heart', 'Can't Wait', 'High Water' en 'Ballad of a Thin Man'. Hier hoorde je de man echt zijn best doen door een pakkende frasering neer te zetten waartoe alleen hijzelf in staat is. En ook al was het niet de beste versie, we zijn blij dat Dylan -eindelijk- eens 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' speelde in ons land.
Shake
Shake
Knopfler kiest de moeilijkere weg
Wie beweert dat het optreden van Mark Knopfler slaapverwekkend was, doet de waarheid wat geweld aan. Knopf koos veeelal voor minder bekende nummers uit zijn solo carrière en dat was best moedig. De man had het zichzelf veel makkelijker kunnen maken door enkel de Dire Straits hits te spelen, maar dit deed hij dus niet. Enkel 'Brothers in Arms' en 'So Far Away' passeerden de revue. Wie zoals ons, vanaf de vierde rij, zijn gitaarspel gadeslaat moet toch wel respect tonen voor zoveel virtuositeit. Niettemin was dit een concert dat lang zal blijven nazinderen.
Shake
Shake
dinsdag, oktober 18, 2011
New Order stelt lichtjes teleur
Zelden zoveel belangstelling gezien als voor het éénmalige reünieconcert van New Order in de AB. Het publiek stond voor zeven uur al aan te schuiven achter dranghekkens tot in de Steenstraat. Was het dat allemaal waard? Voor de harde fans waarschijnlijk wel. We zijn blij dat we hoogtepunten als 'Age of Consent' , 'Blue Monday' en het ultieme 'Love Will Tears Us Apart' (Joy Division) hebben meegemaakt maar echt beklijvend was dit concert niet.
Shake
vrijdag, oktober 14, 2011
Crosby & Nash: grootmeesters van de meerstemmigheid
Iets meer dan een
jaar geleden speelden David Crosby en Graham Nash nog samen met hun
spitsbroeder Stephen Stills in Vorst Nationaal. Nu stonden ze er met hun tweeën
voor, toch werd het een beter concert. Dit had enerzijds te maken met de vocale
vorm van Crosby die nu een stuk beter uit de verf kwam en anderzijds met de
kwaliteit van hun vierkoppige begeleidingsband, bestaande uit stergitarist Shane
Fontayne, bekend van zijn werk voor Springsteen begin jaren '90, bassist Kevin
McCormick, weggelopen uit Jackson Brown's band, drummer Steve DiStanislao die
zijn sporen verdiende bij David Gilmour en tenslotte James Raymond op keyboards,
de zoon van David Crosby.
Warm verwelkomd door hun Brusselse fans beginnen de Woodstock-veteranen opvallend stevig met 'Eight Miles High', de Byrdsklassieker waarin Crosby nog een hand had. "We have a lot of music to play tonight, " belooft Crosby (een belofte die hij en zijn dikbuikige vriend later, na meer dan twee en een half uur muzikaal entertainment, ook weten waar te maken). Maar eerst nemen beide artiesten wat gas terug met het mooie 'I Used To Be a King', gezongen door Nash en voorzien van subliem werk van Fontayne op leadgitaar. Deze laatste zal overigens het hele concert lang blijven schitteren op zijn instrument. Wie zulk een begenadigd gitarist in zijn rangen heeft staan, heeft overigens steeds al half gewonnen.
Herkenningsapplaus volgt voor een eerste hoogtepunt in de vorm van een glansrijk geserveerde versie van 'Long Time Gone', gevolgd door het gezellige 'Marakesh Express', dat ons niet zozeer naar Marokko doch eerder naar de groene weiden van Woodstock, NY voert. Ondertussen laat Graham weten dat het voor hem een eer is in de stad van zijn lievelingsschilder Rene Magritte te mogen optreden. Het Belgische publiek reageert lauw en schijnt zijn eigen helden nauwelijks te kennen. Wanneer Nash zich wat later luidop afvraagt waarom iemand op de vierde rij hem met een verrekijker zit te beloeren ("Do you want to see us THAT close?") krijgt hij het Circus wel aan op zijn hand. Crosby kan het niet nalaten nog wat humor toe te voegen door te suggereren dat die man mogelijk hun neusharen zit te tellen. Eventjes lijken Crosby & Nash de hippieversie van Laurel & Hardy, geen kat die dit erg vindt. Een ander grappig moment doet zich voor wanneer een harde fan plotsklaps 'I Love You' naar (één van?) beide heren roept, reageert Nash droogjes met "I would like your sister to yell that".
Het duo vervolgt met enkele minder bekende recentere songs als 'Old Soldier', het Neil Youngachtige 'Don't Dig Here' (over het dumpen van nucleair afval) en 'Wind On The Water' (over het vernietigen van het leven in onze oceanen). Verder spreken de grijze heren zich tussendoor ook uit voor de Occupy Wall Street beweging en tegen de oorlogswaanzin. Muziek en engagement voor een betere wereld blijft voor hen nog vaak hand in hand gaan, zoveel is duidelijk.
Shake
Warm verwelkomd door hun Brusselse fans beginnen de Woodstock-veteranen opvallend stevig met 'Eight Miles High', de Byrdsklassieker waarin Crosby nog een hand had. "We have a lot of music to play tonight, " belooft Crosby (een belofte die hij en zijn dikbuikige vriend later, na meer dan twee en een half uur muzikaal entertainment, ook weten waar te maken). Maar eerst nemen beide artiesten wat gas terug met het mooie 'I Used To Be a King', gezongen door Nash en voorzien van subliem werk van Fontayne op leadgitaar. Deze laatste zal overigens het hele concert lang blijven schitteren op zijn instrument. Wie zulk een begenadigd gitarist in zijn rangen heeft staan, heeft overigens steeds al half gewonnen.
Herkenningsapplaus volgt voor een eerste hoogtepunt in de vorm van een glansrijk geserveerde versie van 'Long Time Gone', gevolgd door het gezellige 'Marakesh Express', dat ons niet zozeer naar Marokko doch eerder naar de groene weiden van Woodstock, NY voert. Ondertussen laat Graham weten dat het voor hem een eer is in de stad van zijn lievelingsschilder Rene Magritte te mogen optreden. Het Belgische publiek reageert lauw en schijnt zijn eigen helden nauwelijks te kennen. Wanneer Nash zich wat later luidop afvraagt waarom iemand op de vierde rij hem met een verrekijker zit te beloeren ("Do you want to see us THAT close?") krijgt hij het Circus wel aan op zijn hand. Crosby kan het niet nalaten nog wat humor toe te voegen door te suggereren dat die man mogelijk hun neusharen zit te tellen. Eventjes lijken Crosby & Nash de hippieversie van Laurel & Hardy, geen kat die dit erg vindt. Een ander grappig moment doet zich voor wanneer een harde fan plotsklaps 'I Love You' naar (één van?) beide heren roept, reageert Nash droogjes met "I would like your sister to yell that".
Het duo vervolgt met enkele minder bekende recentere songs als 'Old Soldier', het Neil Youngachtige 'Don't Dig Here' (over het dumpen van nucleair afval) en 'Wind On The Water' (over het vernietigen van het leven in onze oceanen). Verder spreken de grijze heren zich tussendoor ook uit voor de Occupy Wall Street beweging en tegen de oorlogswaanzin. Muziek en engagement voor een betere wereld blijft voor hen nog vaak hand in hand gaan, zoveel is duidelijk.
Na een korte pauze
pakken Crosby & Nash het Circus opnieuw in met eerst een potige versie van
Crosby's 'Almost Cut My Hair', daarna het mooie akoestische intermezzo 'Simple
Man' en vervolgens het prachtige 'Guinnevere', vocaal geschilderd als een
middeleeuws icoon en een waarlijk hoogstandje van meerstemmigheid. Aan dit
handelskenmerk van C&N hebben groepjes als Fleet Foxes, zoniet alles, dan
toch zéér veel te danken. En de heren trekken nog verder door op hetzelfde elan
via de Beatlescover 'Blackbird', waarbij onze protagonisten samen met Shane
Fontayne rondom één en dezelfde microfoon het lied naar hemelpoorten van de
close harmony zingen.
Het sentimentele
'Our House' is zoals te verwachten dé publiekslieveling van de avond. Nash
voegt er met veel gevoel voor ironie aan toe dat, indien hij vooraf had geweten
dat dit nummer zulk een grote hit zou worden, dat hij er dan vast en zeker een
betere song van zou hebben gemaakt. Daarna kondigt een breed glimlachende David
Crosby, die meer en meer begint te lijken op een Rembrandiaanse figuur, een
nummer aan dat hij in decennia niet meer live heeft gespeeld: 'Laughing'. Tenslotte
volgen nog een handvol nummers, waaronder enkele grote klassiekers als
'Cathedral', 'Deja Vu' en als enige bisnummer het countrygetinte 'Teach Your
Children'. Met dit langdurend maar smaakvol concert bewezen David Crosby en Graham
Nash niet alleen dat ze songs (mee)schreven die eeuwigheidswaarde bezitten maar
ook dat ze nog steeds onmiskenbaar tot de grootmeesters van de meerstemmige samenzang
behoren. Tot in de gloriaaaa!Shake
vrijdag, september 30, 2011
The Specials zetten AB op de kop
The Specials bouwden in de AB een spetterend feestje. Nieuw materiaal heeft deze band niet meer in de aanbieding staan maar de ouwe hits krijgen de zaal moeiteloos plat. Zelden de Ancienne Belgique zo uit zijn dak zien gaan.
Shake
Shake
zaterdag, september 24, 2011
Brian Wilson blijft een rare vogel
De doortocht van Brian Wilson had dit jaar (wederom) iets bevreemdend. De man leek af en toe zelfs in slaap te vallen achter zijn orgeltje of in gedachten op een andere planeet te vertoeven. Toch slaagde hij erin om nu en dan nog een glimp van zijn genie tentoon te spreiden, dit mede dankzij zijn uitstekende begeleidingsband. 'Good Vibrations', 'Sloop John B', 'California Girls'... de hitmachine van de Beach Boys blijft geniaal.
Shake
Shake
donderdag, september 22, 2011
Sara Lee Guthtie & Johnny Irion stellen nieuwe plaat voor
Met in het achterhoofd de allerbeste herinneringen aan de
vorige Belgische concerten (Toogenblik, Ancienne Belgique) van Sarah Lee
Guthrie (32) en heuren Johnny Irion
(42) trokken wij vol verwachting naar de AB Club waar helaas veel te weinig
volk opdaagde voor dit magische koppel, bestaande uit de kleindochter van
folklegende Woody Guthrie en het zingende achterneefje van schrijver John
Steinbeck. Het publiek bestond woensdag grotendeels uit mensen die ook tijdens
de vorige concerten present gaven en nu, als tevreden klanten, tevreden
terugkeerden.
Husband & Wife Irion-Guthrie, inmiddels al bijna twaalf jaar gelukkig gehuwd, hebben zich voor de gelegenheid versterkt met bassist Charlie Rose en drummer Zeke Hutchins (Tift Merrit's band) om aldus de sound van hun nieuwe plaat, "Bright Examples", live zo goed mogelijk gestalte te geven.
Eén en ander wordt meteen duidelijk wanneer dit viertal "Hurry Up And Wait" inzetten. De oude folky sound is vervangen door een groepsgeluid dat sterk aanleunt bij dat van de Jayhawks. Niet gek als je bedenkt dat ook Mark Olsen meewerkte aan het nieuwe album. Hierna volgt "Never Far From My Heart", voorwaar een prachtsong, maar helaas komt de stem van Sarah Lee in het begin nog wat povertjes uit de verf. Dat verbetert echter langzamerhand vanaf het dromerige "Seven Sisters", een song met verwijzing naar het astrologische teken dat dezelfde naam draagt.
Vervolgens trekt Johnny Irion de elektrische kaart met "Kindness", uit hun eerste plaat en daarna met de splinternieuwe song "Two Wave Hold-down", opgedragen aan The Beach Boys. 'Our Guitars still have Jetlag,' zwanst Johnny wanneer het stemmen enige tijd in beslag neemt. Toch kan je merken dat vooral Irion op deze hardere, elektrische momenten aanstuurt. Johnny blijkt immers de betere gitarist van het gezelschap en hij geniet er zichtbaar van om met zijn instrument Neil Youngsgewijs tekeer te gaan. Bovendien is Johnny, qua lichaamsbewegingen, duidelijk door dezelfde choreograaf gevormd als de Canadese Dinosaur Senior. Alleen het wapperen met de haren wil voorlopig nog niet zo goed lukken.
Het bijna esotherisch klinkende 'Butterflies', waarbij Charlie Rose zijn Epiphone Viola Bass te lijf gaat met een strijkstrok is een eerste rustpunt in de set. Ondertussen geeft vrouwe Guthrie ook wat zangles aan het publiek dat ze in achtergrondkoortjes verdeelt. Het door Sarah Lee met een ijl stemmetje gezongen "Target On Your Heart" neigt vervolgens alweer naar The Jayhawks, terwijl Johnny Irion er opnieuw een flinke Neil Young gitaarsolo mag uitpersen. De cover "Spin, Spin, Spin" als ode aan Jim & Ingrid Croce mag er absoluut zijn, hetgeen tevens kan gezegd worden over een nieuw nummer dat de titel "Hard Working People" meekreeg (toch niet geschreven voor de Vlamingen zekers?) Hier trekt Johnny de zang naar zich toe en mag Sarah Lee het ritmisch tikkeneitje beroeren, waaruit eens te meer blijkt dat over de taakverdeling binnen het gezin Irion-Guthrie serieus wordt nagedacht.
De titelsong van hun nieuwe plaat "Bright Examples" is gebaseerd op het verhaal van een eenzame reiziger op Appalachian Trail die Sarah Lee en Johnny langs hun deur zagen passeren. Zowel qua thematiek als qua vormgeving zitten we hiermee weer op het spoor van het betere Neil Young werk, hetgeen we zeker als compliment bedoelen.
Shake
Husband & Wife Irion-Guthrie, inmiddels al bijna twaalf jaar gelukkig gehuwd, hebben zich voor de gelegenheid versterkt met bassist Charlie Rose en drummer Zeke Hutchins (Tift Merrit's band) om aldus de sound van hun nieuwe plaat, "Bright Examples", live zo goed mogelijk gestalte te geven.
Eén en ander wordt meteen duidelijk wanneer dit viertal "Hurry Up And Wait" inzetten. De oude folky sound is vervangen door een groepsgeluid dat sterk aanleunt bij dat van de Jayhawks. Niet gek als je bedenkt dat ook Mark Olsen meewerkte aan het nieuwe album. Hierna volgt "Never Far From My Heart", voorwaar een prachtsong, maar helaas komt de stem van Sarah Lee in het begin nog wat povertjes uit de verf. Dat verbetert echter langzamerhand vanaf het dromerige "Seven Sisters", een song met verwijzing naar het astrologische teken dat dezelfde naam draagt.
Vervolgens trekt Johnny Irion de elektrische kaart met "Kindness", uit hun eerste plaat en daarna met de splinternieuwe song "Two Wave Hold-down", opgedragen aan The Beach Boys. 'Our Guitars still have Jetlag,' zwanst Johnny wanneer het stemmen enige tijd in beslag neemt. Toch kan je merken dat vooral Irion op deze hardere, elektrische momenten aanstuurt. Johnny blijkt immers de betere gitarist van het gezelschap en hij geniet er zichtbaar van om met zijn instrument Neil Youngsgewijs tekeer te gaan. Bovendien is Johnny, qua lichaamsbewegingen, duidelijk door dezelfde choreograaf gevormd als de Canadese Dinosaur Senior. Alleen het wapperen met de haren wil voorlopig nog niet zo goed lukken.
Het bijna esotherisch klinkende 'Butterflies', waarbij Charlie Rose zijn Epiphone Viola Bass te lijf gaat met een strijkstrok is een eerste rustpunt in de set. Ondertussen geeft vrouwe Guthrie ook wat zangles aan het publiek dat ze in achtergrondkoortjes verdeelt. Het door Sarah Lee met een ijl stemmetje gezongen "Target On Your Heart" neigt vervolgens alweer naar The Jayhawks, terwijl Johnny Irion er opnieuw een flinke Neil Young gitaarsolo mag uitpersen. De cover "Spin, Spin, Spin" als ode aan Jim & Ingrid Croce mag er absoluut zijn, hetgeen tevens kan gezegd worden over een nieuw nummer dat de titel "Hard Working People" meekreeg (toch niet geschreven voor de Vlamingen zekers?) Hier trekt Johnny de zang naar zich toe en mag Sarah Lee het ritmisch tikkeneitje beroeren, waaruit eens te meer blijkt dat over de taakverdeling binnen het gezin Irion-Guthrie serieus wordt nagedacht.
De titelsong van hun nieuwe plaat "Bright Examples" is gebaseerd op het verhaal van een eenzame reiziger op Appalachian Trail die Sarah Lee en Johnny langs hun deur zagen passeren. Zowel qua thematiek als qua vormgeving zitten we hiermee weer op het spoor van het betere Neil Young werk, hetgeen we zeker als compliment bedoelen.
Maar als Sara Lee daarna teruggrijpt naar "Mornin'
Over", misschien wel hét hoogtepunt van de avond, vallen we toch weer voor
dat oude folky, country geluid van hun eerste platen. Het recente "Speed
of Light" met madame Guthrie à la tambourine, draagt een psychedelisch
tintje met zich mee en verdient -toegegeven- ook wel een pluim.
Met "Good Cry" en het al eerder gehoorde verhaal
van een dame die elke morgen uien schilde om eens flink door te janken, keren
Irion & Guthrie terug naar hun eigen muzikale verleden. Dat geldt verder
ook voor de andere bisnummers, die de muzikanten -van het podium gestapt-
gewoon gezellig in de zaal staan te spelen. We onthouden daarbij vooral het
onweerstaanbare "When The Lilacs Are In Bloom" en kunnen niet anders
dan besluiten dat Johnny & Sarah Lee alweer een memorabel concert in
Brussel speelden. Via "Bright Examples" een lichtend voorbeeld geven
voor muzikale tijdgenoten, il faut le faire!Shake
maandag, september 19, 2011
Groovin' with Kitty, Daisy & Lewis
Het Londense punkrockbandje The Sharp Tongues dat als openingsact geprogrammeerd stond, kon ons slechts matig boeien. Een zangeres op paar gouden laarzen, een krachtige drummer en een wijdbeens staande bassist is misschien net voldoende om associaties met rock'n'roll op te roepen maar als, zoals hier, de songs weinig om het lijf hebben, stelt het allemaal weinig voor.
Gelukkig maakten Kitty, Daisy en Lewis onze avond toch goed. Openend met de titelsong van hun laatste plaat, de instrumental 'Smokin' In Heaven' ging broer Lewis, samen met zijn zusjes meteen op zoek naar de juiste groove. Daar is het deze jonge band nu net om te doen en daar blinken ze ook in uit. Ze houden het allemaal graag wat rudimentair en bovendien gebruiken ze het liefst vintage muziekmateriaal. Zoals een classicus die zweert bij historische instrumenten, pakken Kitty, Daisy en Lewis het liefst uit met muzikale voorwerpen die al meer dan één leven achter de rug hebben. Bovendien wisselen ze deze instrumenten net zo vaak als ware het de tennisballen op het toernooi van Wimbledon. De drummer van de band? Dat zijn wij allemaal (om de beurt), meneer! Maar als we onze favoriete slagwerk(st)er moeten noemen, kiezen wij onverwijld voor Daisy die telkens haar hele lijf ritmisch in de strijd gooit.
Ook vocaal wisselen de broer en de zusjes af. Daisy zingt een gedreven 'I'm Going Back', een heerlijk swingend 'Will I Ever', een kattig kwaad 'Messing With My Life' (het nummer dat het dichtst bij pop aanleunt) en ze is ook de vertolkster van publiekslieveling 'Going Up The Country'. Kitty mag zich onder meer vocaal uitleven in enkele rootsige old-school ska-nummers als 'Tomorrow' en 'I'm So Sorry'. Lewis tenslotte, die misschien toch wel over de beste stem van het drietal beschikt, etaleert zijn kunsten in het countryachtige 'I'm Going Home' het funky 'Don't Make A Fool Out Of Me' en het oergezellige 'Hillbilly Music'.
Tussendoor komt de Jamaicaanse trompetlegende Eddie 'Tan Tan' Thornton (sessiemuzikant bij onder meer The Beatles, The Rolling Stones, Jimi Hendrix, Bob Marley,...) als special guest tijdens enkele ska-nummertjes de ziel uit zijn lijf blazen. In tegenstelling tot de jeugdige Durhams is Thornton niet zo schuchter en durft hij als een echte entertainer met het publiek te communiceren, waarop telkens een golf van applaus volgt. De meisjes komen op dat vlak niet verder dan vriendelijk glimlachen en nu en dan een verlegen 'Thank You' te murmelen. Lewis onderneemt af en toe een poging om toch iets te zeggen tegen zijn publiek (iemand moet het toch doen) maar zit meestal in zijn gedachten al bij de volgende instrumentenwissel.
Geen nood echter, het is de muziek die telt en jawel hoor, die weet ons heus wel te beroeren. De bluesy harmonica van Kitty, het ferme gitaarspel van Lewis en de ontstuitbare ritmiek van Daisy en het stevige achtergrondwerk van mum & dad Durham laten de AB grooven dat het een lieve lust is.
Helaas duren schone liedjes nooit lang en komt er, na een bisronde, ook een einde aan dit concert. Zonde eigenlijk.
Shake
donderdag, juli 14, 2011
The Pogues in het rivierenhof: Alive, (drunk) & kickin'
Het Rivierenhof op een mooie juli avond is nog steeds de beste plaats om van muziek te genieten in de zomer. Dat wij niet alleen met deze mening staan werd maandagavond nog eens bewezen want het openluchttheater bleek zo goed als uitverkocht voor de komst van de legendarische Pogues mét Shane McGowan.Tijdens het voorprogramma maken we kennis met Donkey Boni, een nieuw trio onder leiding van Gunther Nagels (Donkey Diesel). Openingsnummer 'Instant Street' (dEUS) herkennen we pas na enige tijd want Gunther maakt het zijn publiek niet gemakkelijk. De zanger klinkt met zijn diepe grafstem zowat als een moderne versie van Nonkel Van Grauwel. We kunnen hun muziek misschien het best beschrijven als erg repetitief en minimalistisch. Het publiek lust er duidelijk geen pap van. "Schrijf maar op: Worst Band Ever," schreeuwt een Hollander ons toe. Duidelijk is wel dat deze muziek (voorlopig) eerder thuishoort in experimentele achterkamertjes dan in een openluchttheater.
The Pogues verschijnen slechts een kwartier te laat ten tonele, hetgeen we best redelijk achten gezien hun reputatie. 'Streams of Whiskey' is de perfecte opener en vertelt meteen letterlijk waar McGowan vandaan komt. Indien Shane voor één keer nuchter zou zijn, zouden we hier wereldnieuws kunnen schrijven maar de zanger lalt, wauwelt en lispelt nog steeds als Stan Laurel die in een wijnvat gevallen is. Een drietal gin-tonics staan op het dienblad naast zijn microfoon om Shane's alcoholpeil op niveau te houden. Ondertussen rookt het enfant terrible van de Ierse folk ook nog als een Turk. Maar ondanks dit alles staat hij er wel en dat mag met deze levensstijl stilaan een wonder heten.
Misschien doen we er goed aan hier te spreken over punkfolk of nog beter pubfolk want dit gezelschap tovert het Rivierenhof in geen tijd om in een gezellige Ierse pub waar het geen ene zier uitmaakt of er juist of vals gezongen wordt. De goede vibes primeren en die zijn er in overvloed.
De achtkoppige band pakt gretig uit met klassiekers. 'If I Should Fall From Grace With God' volgt op het openingsnummer. Dit orkest waarin o.m. mandola, mandoline, accordeon, drums, tin whistle, banjo en allerlei gitaren figureren, musiceert onberispelijk op niveau. Not the piano has been drinking, maar slechts de zanger. Shane brengt het er, geruggesteund door de backing vocals van zijn makkers, al bij al nog goed vanaf. 'A Pair of Brown Eyes', 'Tuesday Morning', 'Sunny Side of the Street' klinken allemaal meer dan behoorlijk. Toch zien we een paar oudere koppels hoofdschuddend het openluchttheater verlaten, mogelijk dachten zij aan de plaatversies van deze songs die inderdaad mijlenver af liggen van het gebral dat we nu te horen krijgen. Maar hey, ook Bob Dylan zingt niet meer als in de jaren '60!
Als McGowan tijdens een drietal nummers het podium even verlaat (om aan de whiskeyslang te hangen? om te plassen? om een nieuw pakje sigaretten te scoren?) en de gedoodverfde Pogues' ondervoorzitter Peter 'Spider' Stacy de zang even van hem overneemt, is de band plotsklaps zichzelf niet meer. De meerwaarde van McGowan, zelfs in dronken versie, blijft nog steeds bepalend voor de groep.
Ond ertussen gaat het feestje gewoon verder. 'And the Band Played Waltzing Matilda' brengt Tom Waits in gedachten. Greatest hit 'Dirty Old Town' wordt door honderden kelen meegezongen, terwijl 'Sally MacLennane' de voorste gelederen alweer aanzet tot een rondje pogoën en crowdsurfen.
The Pogues komen nog drie keer terug voor een encore. Tijdens deze bissen weten vooral 'The Irish Rover' en een knotsgek 'Fiësta', waarbij enkele Poguesleden met een metalen dienblad op hun hoofd knotsen, de uitgelaten sfeer te consolideren.
Ergens staat deze groep op een lijstje van de 50 groepen die je zeker moet zien vooraleer te sterven en eerlijk, we zijn blij dit optreden meegemaakt te hebben. Geruchten doen de ronde dat dit wel eens de laatste tournee zou zijn van de Britse groep en dat zou jammer zijn. Ierland heeft het al zwaar genoeg dezer dagen. (Meer foto's)
Shake
zondag, juli 10, 2011
Ringo Starr eindelijk nog eens in de Lage Landen
Ringo Starr op het Nederlandse Bospop in Weert: we konden het eerst amper geloven. Eerder zagen we de sympathieke Beatle in De Panne en in Leuven live aan het werk. Nu moesten we de grens over, maar dat hadden we er natuurlijk graag voor over. De All-Star Band waarmee Ringo zich heden ten dage omringt bestaat o.m. uit uit Wally Palmar (zanger/gitarist The Romantics), Edgar Winter en Rick Derringer, Gary Wright, Richard Page (Mr. Mister) en drummer Gregg Bissonette. Elk krijgen deze leden hun five minutes of fame maar dé spotlight staat natuurlijk op Ringo himself. Openend met 'It Don't Come Easy' brengt de ex-Beatle meteen sfeer op de wei. 'Photograph' klinkt fantastisch. De ambiance verhoogt nog als de drummer van de beste groep ooit de echte zware kanonnen inzet: 'Yellow Submarine', 'I Wanna Be Your Man', 'Honey Don't' en in de finale 'With A Little Help From My Friends'. We kunnen in geen woorden zeggen hoe wij ons geamuseerd hebben. Thanks, Ringo, Peace and Love!
Shake
Shake
Abonneren op:
Posts (Atom)


















