zondag, september 27, 2009

Eilen Jewell: Een juweeltje van de rootsmuziek

Het nieuwe concertseizoen in het Harense Toogenblik heeft de start niet gemist. Vrijdagavond was het weer genieten in één van de beste clubs van het land.
Met de twee cd’s, ‘Letters From Sinners & Strangers’ en haar laatste ‘Sea Of Tears’ gooide Eilen Jewell hoge ogen bij recensenten en liefhebbers van rootsmuziek en we waren dan ook zeer benieuwd om deze zangeres en haar band, bestaande uit Jason Beck (drums, zang), John Sciascia (staande bas) en Jerry Miller (gitaar), live aan het werk te zien. De rijzende ster Eilen Jewell wordt onder meer vergeleken met Lucinda Williams, Madeleine Peyroux en Gillian Welch.
Geheel in het zwart gekleed doet haar verschijning een beetje denken aan die van een filmpersonage uit de jaren ’40 die wat op de achtergrond acteert, maar gaandeweg meer en meer opvalt. Maar het was meteen duidelijk dat de zangeres zich als een vis in het water voelt op een podium.
"There's only one constant in this old world /And that's 'Nothing ever stays the same'Someday my life will be over/And no one will remember my name” zingt Jewell in het openingslied ‘Rain Roll In’ en dit stukje tekst geeft meteen al aan dat deze artieste in staat is tot enige zelfrelativering. Misschien is het wel daarom dat ze zo natuurlijk en ontspannen overkomt bij haar publiek.
‘Sea Of Tears’, de titeltrack van haar nieuwe plaat, schoot lekker uit de startblokken en werd opgefleurd door het ronduit sublieme gitaarwerk van Jerry Miller die overigens de rest van de avond zou blijven schitteren. Wat een geweldige muzikant is dit! Ronduit indrukwekkend wat voor subtiliteit deze man uit de snaren van zijn Gretsch toverde. Het gaf de muziek net die klank mee die wij associëren met de late 50ties / early 60ties periode. We moesten dan ook vaak denken aan de beginjaren van Johnny Cash en hoorden nu en dan echo’s van Eddie Cochran in Miller’s gitaar.
‘Fading Memory’ had ook zoiets van een wiegeliedje uit lang vervlogen tijden. De strakke ritmesectie van Beck & Sciascia genereerde een country / rockabilly sound tijdens ‘Mess Around’, terwijl de fantastische Loretta Lynn cover ‘The Darkest Day’ refereerde naar de hoogdagen van de Amerikaanse country. Tijdens het bluesy ‘Fine And Mellow’ klonk Jewell zelfs even als Billie Holiday. Net als deze grote dame bezit ze immers een goed gevoel voor timing en frasering.
De in Boston residerende zangeres deelde als introductie van haar song ‘Where They Never Say Your Name’ terloops mee dat deze song door het modemerk Ralph Lauren gebruikt werd in een promovideo. Misschien zou haar dit toch nog enige dollars opleveren… De Rev. Gary Davies gospelsong ‘Twelve Gates To The City’ die Jewell opnam met een andere combo onder de naam The Sacred Shakers, mocht het eerste deel van haar concert feestelijk afsluiten.
Na de pauze gingen Jewell & Co verder op hun elan. ‘Everywhere I Go’, waarin Eilen aan de slag ging met de sambaballen, shakete dat het een lieve lust was. ‘John The Revelator’ (The Sacred Shakers), met drummer Jason Beck on lead vocals en opnieuw schitterend gitaarwerk van Miller zouden we bijna psycho-gospel durven noemen. Jewell daagde het publiek uit enkele verzoeknummers te roepen en de durvers werden op hun wenken bediend. Verder bleef het genieten van ‘I’m Gonna Dress In Black’ (een Them-cover, jawel), ‘Taggin’ Along With Jesus’ en ‘Ain’t Nobody’s Bussiness’.
Maar het hoogtepunt van de avond moest er nog aankomen. De cover van de Johnny Kidd klassieker ‘Shakin’ All Over’, met Jewell opnieuw aan de sambaballen, zorgde voor warme en koude rillingen (in het bijzonder bij ondergetekende). Er volgden nog enkele bisnummers maar wij waren al lang verkocht. Een juweeltje van een concert! (Meer foto's)

zaterdag, september 26, 2009

Chuck Prophet speelt gitaar opnieuw als troef uit

Sinds het uitbrengen van zijn allereerste soloplaat ‘Brother Aldo’ (1990) zagen wij Chuck Prophet met de regelmaat van de klok live aan het werk en, het moet gezegd, nooit noteerden we één slecht optreden van de man. Ook zijn laatste doortocht in de AB Club, in het gezelschap van zijn vaste band The Mission Express, zullen wij ons nog lang blijven herinneren. Alleen de opkomst voor dit concert (een kleine 100tal aanwezigen) viel misschien een beetje tegen, maar zelfs daar was een reden voor. De vaste fans uit de Lage Landen stonden dit jaar verdeeld tussen Antwerpen, Brussel en diverse optredens in Nederland.
Chuck begon met een korte Stonesachtige gitaarintro en barstte daarna los met ‘Sonny Liston’s Blues’, een ode aan de Amerikaanse zwaargewicht bokser uit de jaren ’60 die veel te vroeg aan zijn einde kwam. Het viel meteen op dat Chuck, meer dan hij de laatste jaren gewend was, extra aandacht schonk aan zijn gitaar. Doorheen het concert liet Prophet zijn stratocaster vaak voor zichzelf spreken en dat deed hij met de klasse van een echte gitaargod. ‘I Bow Down For Every Woman I See’ zat in hetzelfde bluesbootje als Dylan’s ‘Obviously Five Believers’, hetgeen wij uiteraard luidkeels konden smaken. Na ‘Always A Friend’ maakte Chuck het even stil en verzocht de mensen die ‘illegale’ opnames maakten van zijn concert plechtig … vooral ook zijn laatste nieuwe song te registreren. Alvast niet de laatste keer dat Chuck zijn publiek op het verkeerde been zou zetten. Maar tussendoor bleef hij briljant musiceren. Zo sneed de zanger-gitarist dwars door het hart met de aan Elvis opgedragen ballad ‘Would You Love Me’ en scoorde hij wat later met ‘Doubter Out Of Jesus’ een andere absolute voltreffer. Chuck bleek hierin niet schuw van allerlei gitaareffecten en slaagde er later op de avond zelfs ei zo na in om één van zijn versterkers op te blazen. De titelsong van de in Mexico opgenomen nieuwe cd ‘Let Freedom Ring’ transformeerde de Club even in een jubelende feesttent.
Naast Prophet bleken ook de overige bandleden in bloedvorm te verkeren. Zo pakte vaste gitarist James Deprado tijdens ‘For You’ en ‘Holding On’ uit met mooie solo’s op de Twin (of double-neck) gitaar (het was van The Eagles geleden dat we zulk een instrument nog eens op een podium zagen). Vrouwlief Stephanie Finch mocht, in duet met haar man, vocaal uitblinken in de Seals/Fritts-klassieker ‘We Had It All’, een nummer ooit nog mooi opgenomen door Green On Red.
Na een akoestisch intermezzo met onder meer ‘Summertime Thing’ en een sneer naar de Texanen (die volgens de zanger zelfs wafels serveren in de vorm van hun Staat), haalde Prophet fel uit met een briljante versie van ‘Automatic Blues’. Het droefgeestige ‘Barely Exist’, geïnspireerd door de Mexicanen die illegaal in de Verenigde Staten verblijven, was doordrongen van empathie voor deze bevolkingsgroep.
Song na song bouwde Prophet zijn set verder op naar de ultieme climax. Eerst ontpopte het indrukwekkende ‘A Woman’s Voice’ zich langzaam tot een soort van psychologische thriller. ‘You Did’ kreeg een fijne Neil Young-achtige outro mee en het uptempo ‘Good Time Crowd’ sloot de set feestelijk af. Na de 90 minuten reguliere speeltijd volgde er nog wat extra time in de vorm van enkele gedreven bisnummers. Maar de wedstrijd was al lang gewonnen. Chuck Prophet mag wat ons betreft naar de Champions League of Rock'n'Roll. (Meer foto's)

zondag, september 20, 2009

Daniel Lanois schittert in de AB

Daniel Lanois zorgde vorige week voor een magisch concert in de Ancienne Belgique. De meeste songs die hij speelde waren nagelnieuw en zo leek het net alsof je de muziek ter plekke hoorde geboren worden. Om zoiets te kunnen moet je over topmuzikanten beschikken. Meesterdrummer Brian Blade is zo iemand. Ook de talentvolle Trixie Whitley mocht meedoen, maar het is duidelijk dat zij nog een flinke weg te gaan heeft om even sterk te worden. De prachtige single 'I'd Rather Go Blind' kwam live iets minder goed uit de verf, maar dit werd ruimschoots goedgemaakt door nieuwe nummers als 'Silverado' en 'Nomad knows'. Nu en dan greep Lanois ook nog terug naar ouder werk als 'Jolie Louise' en 'The Maker'. Wat de man op één avond allemaal uit zijn gitaar haalde, was ronduit betoverend. Oud of nieuw werk: het speelplezier droop er steeds van af. (Meer foto's)

maandag, september 14, 2009

Moby in de AB: van introvert tot uitgelaten

Moby begon zijn concert met een paar ingetogen nummers van zijn nieuwe plaat 'Wait For Me', maar ving daarmee bot bij een publiek dat duidelijk voor de hits gekomen was naar de AB. Aanvankelijk werd Kelly Scarr als zangeres ingezet om deze introspectieve nummers een zekere diepte te geven. Daarna pakte Moby uit met enkele punkrock songs waarbij vooral 'That's When I Reach For My Revolver' de vonk deed overslaan. Maar het was pas toen Moby zijn tweede troef van de avond uitspeelde in de gedaante van de indrukwekkende zwarte vocaliste Joy Malcolm dat de vlam echt in de pan sloeg. 'Porcelain', 'Why does my heart' en het onweerstaanbare 'Natural Blues' kregen de zaal volledig plat. De Johnny Cash cover 'Ring Of Fire', waarbij het publiek gevraagd werd vocaal de trompetsolo na te doen, was als idee best geestig, maar helaas een mislukking. Al bij al niet geheel overtuigend dus, maar wel een fijn avondje uit in een Ancienne Belgique op saunatemperatuur. (meer foto's)

woensdag, september 09, 2009

The Beatles - Remasters

Ze zijn er. Of ze hadden er moeten zijn. Vanmiddag waren in Brussel alle Beatles Stereo Boxen reeds volledig uitverkocht. Ook platenmaatschappij EMI zit zonder gerief want de nieuwe leveringen zullen pas eind van deze maand gedaan kunnen worden. De individuele cd's kan je wel al kopen.

Het belang van deze uitgave kan nauwelijks overschat worden. Of zoals de Britse TIMES vandaag al schreef:

"Their remastered albums are proof that the Beatles are still the best ever; nothing else comes near their creativity"

Ondertussen ben ik zeer benieuwd naar de resultaten van de Shaketown Beatles Poll.

SHAKETOWN'S POLL
WAT IS UW FAVORIETE BEATLES ALBUM?
Please Please Me
With The Beatles
A Hard Days Night
Beatles For Sale
Help!
Rubber Soul
Revolver
Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band
Magical Mystery Tour
The Beatles (White Album)
Yellow Submarine
Abbey Road
Let It Be
Past Masters






zaterdag, september 05, 2009

Hello there, Usain!

Wonderboy, superatleet & showman Usain Bolt zorgde gisteren voor hét hoogtepunt op de Memorial Van Damme.
Zijn 19.57 op de 200 m oogde bijzonder indrukwekkend. Na deze prestatie nam hij ruim de tijd om het publiek te groeten. (meer foto's)

zaterdag, augustus 29, 2009

The Spikedrivers - Gather Round

En waar is men in Ohio tegenwoordig zoal mee bezig? Het zou een kwestie kunnen zijn die een mens zich afvraagt, van de vooronderstelling uitgegaan dat een mens zich sowieso nu en dan dingen afvraagt natuurlijk. Welnu, voor hen die het interesseert kunnen wij uit goede bron melden dat aldaar in 2003 een groepje is ontstaan die zich The Spikedrivers plegen te noemen. Zij mixen bluesy, swingende upbeat country rock’n’ roll tot een dampend potje Americana. In 2006 bracht het sextet hun debuutplaat uit en daarna volgden nog twee live registraties. Nu is er een tweede studioplaat van dit gezelschap verschenen die de naam ‘Gather Round’ meekreeg. Op de hoes zien wij een slang rond de treinsporen kronkelen. Kan het Amerikaanser?
Zanger, songwriter & frontman Jesse Henry neemt de meeste songs voor zijn rekening en hij doet dat bijzonder goed, met een stem die nu en dan herinnert aan de jonge Tom Waits. Vooral ‘Write My Name’ en ‘Bible Belt’ doen aan deze laatste denken.
Veel goeds valt er ook te zeggen over beide gitaristen van de groep; de jonge Steve Sweney en zijn vroegere leermeester John Boestler, die zijn veertig jaar ervaring in de strijd kan werpen. Samen zorgen ze voor elektrisch vuurwerk op onder meer ‘Buissnessman Of Chancee’ en het soulvolle ‘House On Fire’. En dan is er nog violiste Megan Palmer, verpleegster van beroep, die met haar fiddle voor de rootsy feel zorgt. Palmer tekent voor één prima song, ‘Knife Twister’, waarop ze tevens als zangeres fungeert.
De originaliteitsprijs zullen deze Spikedrivers dit jaar waarschijnlijk niet winnen, daarvoor zit hun muziek te diep geworteld in de Amerikaanse traditie van blues, country en rock. Maar dat ze met hun lekkere up-tempo songs talrijke clubs en townhalls zullen weten te enthousiasmeren is evident. Probeer het thuis ook eens uit in uw eigen huiskamer, zouden wij zeggen. Al wat u moet doen is deze plaat kopen en hem in uw cd-speler floepen. De mensen uit Ohio zullen u dankbaar zijn.

donderdag, augustus 27, 2009

dinsdag, augustus 25, 2009

Melissa Morgan - Until I Met You

Melissa Morgan werd geboren in New York City en groeide op in Teaneck, New Jersey. Al gauw bleek zingen een passie te zijn voor haar. Ze werd lid van allerlei jeugdkoren en volgde later als vocaliste nog les aan het conservatorium. De liefde voor de jazz erfde ze van haar grootmoeder waarbij ze de oude platen van onder meer Dinah Washington, Etta Jones, Nancy Wilson, Billie Holiday en Sarah Vaughn ontdekte.
Na haar studies ging ze aan de slag in de New Yorkse jazzbars en veroverde zo ook haar plekje bij Jon Faddis and the Dizzy Gillespie Alumni All-Stars, waarmee ze optrad in de Blue Note. In september 2004 schopte ze het tot semi-finaliste in de Thelonious Monk International Jazz Competition in Washington D.C., één van de beroemde jazzcompetities ter wereld, gepresenteerd door Herbie Hancock.
En nu is er dan haar debuut ‘Until I Met You’, bij Major platenmaatschappij Telarc. Zoals vele beginnende jazzvocalisten bevat zo’n debuutplaat meestal een flink aantal covers van de grote voorbeelden. Dat is niet anders bij Morgan en ze hoopt, naar eigen zeggen, dat haar album vooral de klassieke jazzliefhebber zal aanspreken. Dat blijkt zeker het geval.
Opener ‘Save Your Love For Me’, bekend van Nancy Wilson, imponeert meteen door enkele donkere pianotoetsen aan het begin en een trompet die aan Chet Bakert doet denken, waartegen de soulvolle stem van Melissa Morgan zich feilloos weet aan te schurken. Iets swingender gaat het eraan toe in de Louis Jordan standard ‘Is You Is Or Is You Ain’t My Baby’, dat ons spontaan aanzet tot enig ritmisch knippen met de vingers.
Ronduit fantastisch is Melissa’s versie van ‘The Lamp Is Low’, dat onder meer door de alt saxofoon van Tim Green de jazzhemel wordt ingeblazen. Een ander hoogtepunt is de Traditional ‘Cool Cool Daddy’ waarin Morgan bewijst dat ze de Blues haar net zo goed past als een strak jurkje. Zelfs de overbekende Mack Gordon / Harry Warren klassieker ‘The More I See You’ geeft Melissa toch nog een persoonlijke draai mee, mogelijk verwijzend naar Nina Simone die deze song opnam op haar allerlaatste plaat.
Dit album is nog maar eens een bewijs dat vrouwelijke jazz vocalistes helemaal terug ‘in’ zijn. Men hoeft zelfs helemaal geen jazzfreak te zijn om van deze muziek te houden. Hoezeer deze plaat ook geworteld is in de rijke jazztraditie, toch weet Melissa Morgan een hedendaagse toets te raken waardoor het geheel bijzonder toegankelijk klinkt. De kwaliteit is er, nu alleen het succes nog.

dinsdag, augustus 18, 2009

Hoe Jimi Hendrix het Woodstock Festival afsloot

Precies veertig jaar geleden, op 18 augustus, sloot Jimi Hendrix zijn optreden en meteen ook het Woodstock Festival af met 'Hey Joe'. Hendrix had eigenlijk de avond voordien al moeten optreden maar omwille van logistieke problemen en allerlei vertragingen vond zijn optreden pas -the day after -op maandagochtend (rond 11 uur!) plaats, waardoor meer dan de helft van de 400.000 aanwezigen dit optreden stomweg gemist hebben. Op het filmpje is duidelijk te zien hoe de grote massa reeds aan de aftocht is begonnen, zonder goed en wel te beseffen dat ze hierdoor de rug keerden naar het concert dat later zou worden gezien als het meest legendarische van het hele festival.

zondag, augustus 16, 2009

Hannelore Bedert zoekt ways to leave her lover

Vorig jaar wist Hannelore Bedert ons te betoveren met ‘Wat Als’, één van de sterkste Nederlandstalige debuutalbums ooit in Vlaanderen uitgebracht. Wekenlang drukten we het plaatje tegen het hart en luisterden we haast onophoudelijk naar de droeve liedjes over liefde en hoe die soms verloren gaat. Bob Dylan maakte decennia geleden de ultieme scheidingsplaat en niet dat we Bedert met de meester uit Minnesota willen vergelijken, maar puur thematisch zijn haar songs uit hetzelfde hout geschreven als die op ‘Blood On The Tracks’. Verlies, woede, (on)schuld, (on)trouw, twijfel, angst, woede en natuurlijk wraak zijn de gangbare motieven.
Ondertussen is deze artieste al een tijdje aan een uitgebreide tournee door Vlaanderen en Nederland begonnen en we waren dan ook razend benieuwd hoe zij het materiaal van haar debuutplaat live zou weten te vertalen. Haar optreden in de Boesdaalhoeve te Sint-Genisius-Rode op 15 augustus leek hiervoor een ideale gelegenheid. Omsingeld door haar vijfkoppige band, die de zangeres prima wisten te begeleiden, zette Hannelore Bedert er een ijzersterk concert neer. Doorheen dit concert gaat de zangeres rusteloos op zoek naar de spreekwoordelijke Fifty ways to leave your lover, maar elke manier laat onuitwisbare sporen na en zet opnieuw twijfels.
Het elektrische ‘Smaak’ is meteen een euh… smaakmaker voor wat komen gaat; bitterzoete lyrics over het willen afscheid nemen maar er nauwelijks toe in staat blijken te zijn.
Aan het begin van haar concert vraagt de zangeres wie al eens zijn vrouw, man of lief bedrogen heeft. Er komt nauwelijks reactie. Ze dringt aan en vraagt om de zaallichten aan te steken. Mensen weten niet goed waarheen te kijken en geen enkele vinger schiet de lucht in. Ontrouw blijft taboe in Vlaanderen, zoveel is duidelijk. Dan volgt ‘Helemaal’ dat het onderwerp in al zijn bitterheid aansnijdt. Bedert zingt bloedmooi, haar stem en frasering zitten perfect. De toon is gezet.
Wat later volgt de radiohit ‘Janker’, een West-Vlaams liedje over een depressie dat dienst doet als afrekening met haar (Antwerpse) ex. ‘Vocabulaire’ rekent niet alleen af met dit ex-vriendje, maar in uitbreiding ook met de inwoners van de hele Antwerpse provincie die haar taal niet schijnen te (willen) begrijpen.
Twee stroomstoten draven doorheen het concert. Vooreerst een straffe versie van ‘Meneer’, waarin een onstuitbaar verlangen zich meester maakt over de zangeres. Wat later doet ‘Dissolvant’ alle moeite van de wereld om de geliefde alweer geheel en al ‘uit te wissen’.
Het (nieuwe?) nummer 'Kloten' wikkelt er geen doekjes rond. Opnieuw gaat het hier over bedrog en verraad.
Dan vraagt Hannelore of er misschien iemand jarig is of wat te vieren heeft. Ze zegt er meteen bij dat voor deze gelukkigen alleen maar de eerste strofe van ‘Feest’ gelden, de rest van het nummer draagt ze op aan de mensen die niet zo happy zijn vandaag. Het nummer gedijt in de schoonheid en de pijn van the not so happy endings.
Afsluiten doet ze fantastisch met ‘Altijd Nooit Meer’, the final (upper)cut zou men kunnen zeggen .
Dit optreden indrukwekkend noemen, is een understatement. Maar gaat u vooral zelf kijken. U krijgt nog ruim de kans. (Meer foto's)

dinsdag, augustus 11, 2009

Ray Davies blaft ingeslapen Lokeren (even) wakker

Het duurde even vooraleer Ray Davies er echt zin in kreeg zondag, op de laatste dag van de Lokerse Feesten. Bij aanvang van het concert viel de opkomst bijzonder tegen. De oudere generatie blonk uit door afwezigheid, terwijl de jongeren amper geïnteresseerd waren in deze levende legende uit de sixties. Het concert werd aanvankelijk wat ontsiert door het onophoudelijk kankeren tegen de geluidsmensen die volgens Ray niet in staat bleken aan zijn eenvoudige wensen te voldoen. Na heel wat gitaarwissels geraakte de Kink toch in vorm. Schone versies van "Where Have All the Good Times Gone", "Sunny Afternoon", "Well Respected Man", "Lola" en "Celluloid Heroes" werden ons deel. Maar echt zwaar uithalen deed Davies pas in de (lange) bisronde. De gitaren van "All Day and All of the Night" en "You Really Got Me" dienden volgens Ray te klinken als blaffende honden en dit was exact wat we te horen kregen. Het schudde de ingedommelde Lokerse jeugd eindelijk wakker. Na anderhalf uur zette de 65-jarige Davies een punt achter zijn optreden. Alle hoop op een Lokerse "Waterloo Sunset" bleek echter tevergeefs. (Meer foto's)

RAY DAVIES - THE KINKS CHORAL COLLECTION

Als creatieve geest en drijvende kracht achter de rockroep The Kinks was Ray Davies verantwoordelijk voor enkele van de beste Britse rock- & popsongs allertijden. De man mag terecht zeer trots zijn op dit verleden, maar het is soms niet makkelijk om zich ervan los te weken.Een jaar of tien geleden herkauwde hij het oude repertoire opnieuw via het project ‘The Storyteller’, waarin hij enkele anekdotische verhalen achter de bekende Kinkssongs toevoegde. En nu pakt Davies dus uit met koorversies van zijn onsterfelijke liedjes.
‘Classic Kinks Songs As You’ve Never Heard Them Before’, belooft de hoes en dat is absoluut niet gelogen. Het idee achter deze plaat kwam er toen Ray Davies in 2007 deelnam aan de Electric Proms en hiervoor samenwerkte met het Crouch End Festival Chorus, uit Noord-Londen. Deze samenwerking beviel de opperkink zo goed dat hij er een heel nieuw project in zag.
Het resultaat blijkt nu meer dan behoorlijk. Bij momenten word je er als luisteraar helemaal in meegezogen, maar spijtig genoeg werkt de magie niet altijd en wordt de bal nu en dan eens misgeslagen. Ray klinkt alvast als zanger prima op deze plaat, al staan de vocale hoogstandjes uiteraard op de rekening van het 80-man sterke koor. Soms beperkt deze bende zich tot het toevoegen van allerlei fijne ‘oooh’s en ‘aaah’s op de achtergrond terwijl ze op andere momenten net een krachtige samenzang genereren. Davies goes (een beetje) Scala, als het ware.
‘Days’ doet dienst als veelbelovende opener en draagt meteen al iets sacraals in zich mee. Toch moeten wij bij deze bloedmooie song in eerste plaats nog steeds denken aan de betreurde Kirsty MacColl, die met haar versie The Kinks wist te overtreffen.
De bewerking van ‘Waterloo Sunset’, één van de allerbeste songs ooit geschreven, komt fraai uit de verf zonder het orgineel te (willen) overklassen. De oer-rocker ‘You Really Got Me’, is helaas, op het belachelijke af, de eerste misser op de plaat. Dat geldt al evenzeer voor ‘All Day And All Of The Night’ waarin de koorleden er niet in slagen om energie toe te voegen, maar in tegenstelling daarvan de zaak eerder ontkrachten
Maar er zijn ook betere momenten. Het feestelijke‘Victoria’ bijvoorbeeld, dat door het koor naar een fijne climax wordt gezongen of de a-capella versie van ‘See My Friends’, dat bijna iets religieus in zich meedraagt. De prachtsong ‘Celuloid Heroes’ kan er zeker ook mee door, net zoals de meezinger ‘Shangri-La’.‘Working Man’s Café’ (uit 2007) mag dan weer bewijzen dat Davies ook recent in staat bleek om een goeie song te schrijven.
'The Village Green Medley’, bestaande uit zes songs van het miskende meesterwerk ‘The Kinks Are the Village Green Preservation Society’ (1968), mogen we zonder meer het echte hoogtepunt van de plaat noemen. (Grijp uw kans om de originele plaat te (her)ontdekken.) Omdat deze nummers minder tot het collectieve geheugen behoren, worden we hier minder gedwongen om vergelijkingen te trekken met de originelen en dat is zeker niet slecht.
Die-hard rockfans kunnen zich er misschien beter van onthouden, maar meer klassiek georiënteerde muziekliefhebbers, in het bijzonder de vrienden van het vocale werk, zullen vast niet ontgoocheld zijn.
Meezingen mag!

zondag, augustus 09, 2009

Opnieuw Beatlemania in Londen!

Klik om te vergroten
De verjaardag van de beroemde Abbey Road Crossing is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Samen met naar schatting enkele honderden Beatlesfans uit de hele wereld staken wij precies om 11u35 het beroemde zebrapad over, veertig jaar nadat John, Ringo, Paul & George dat hadden gedaan. Dit zorgde voor een niet de overziene traffic-jam die de Londense St John’s Wood wijk volledig plat legde. Uit een identieke replica van John’s psychedelisch beschilderde Rolls-Royce stapten bovendien nog eens vier nep-Beatles in historische klederdracht die voor de verzamelde wereldpers demonstreerden hoe de oversteek precies veertig jaar geleden plaatsvond. (Meer foto’s en video)