WELCOME TO SHAKETOWN

WELCOME TO SHAKETOWN

Your Time out of State, Out of Mind

dinsdag, juli 14, 2009

Lucinda Williams voor muzikale fijnproevers in het Rivierenhof

Het zat Lucinda Williams niet mee zaterdagavond in het Rivierenhof. Donkere wolken pakten samen boven het anders zo feeërieke openluchttheater van Deurne. Op andere podia zorgden onder meer Madonna, The Pretenders, Paul Weller voor moordende muzikale concurrentie. Bovendien pakte op die dag zowat elke gemeente uit met één of ander gratis festivalletje (omwille van het feit dat een Vlaams boerenleger meer dan 700 jaar geleden enige Franse ridders in de pan hakte). Eén en ander had tot gevolg dat de opkomst voor Lucinda Williams toch wel beter had gekund daar in Deurne. Maar… de aanwezige fijnproevers hadden zeker geen ongelijk.
Buick 6, de band waarmee La Lucinda al geruime tijd toert, stond in voor het voorprogramma. Noem hen niet zomaar een begeleidingsband. Buick 6 is een bijzonder straffe groep die zich ook zonder zangeres staande weet te houden. Spijtig genoeg was stergitarist Doug Pettibone deze keer niet van de partij maar de leegte die hierdoor ontstond werd quasi perfect opgevuld door de nieuwe gitarist Eric Schermerhorn.
Tijdens het instrumentaal halfuurtje van Buick 6, waarin sfeervolle klanklandschappen voorbij gleden, herkenden we onder meer een flard ‘Billie Jean’, gedrenkt in vette Americana saus. Programmeer deze groep in een trendy nachtclub en je hebt prijs. Onder een zwaarbewolkte Antwerpse hemel werkte de magie helaas nauwelijks.
Na hun set nodigde drummer Butch Norton, op verzoek van Williams, het publiek uit om wat dichter vooraan te komen staan want Lu houdt nu eenmaal niet van een te grote afstand tussen zichzelf en het publiek. Helaas gingen slechts een paar dozijn mensen op dit verzoek in en bleven de meeste toeschouwers op hun veilige zitjes. Misschien was dit wel het ultieme bewijs dat het gros van de echte Williams fans op 11 juli schitterden door afwezigheid. Dat dit toch wel een serieuze domper zette op de sfeer behoeft verder geen betoog, maar van de kwaliteit van het optreden deed dit weinig af.
Lucinda begon aan haar set met lekkere countryrock van de bovenste plank: ‘Can’t Let Go’, gevolgd door ‘Well Well Well’ (uit de laatste plaat Little Honey) en ‘I Lost It’ (net zoals het openingsnummer afkomstig uit de succevolle ‘Car Wheels On A Gravel Road’ cd).
Daarna nam de zangeres ruim de tijd voor enkele van haar meer rustige songparels. Hier schitterden vooral de ballad ‘Concrete and Barbed Wire’, de trage blues ‘Tears of Joy’, voorzien van een magistrale solo van gitarist Eric Schermerhorn en een scherp gezongen ‘Blue’ dat recht naar het hart greep. Het aan Beautiful Loser Blaze Foley opgedragen ‘Drunken Angel’ sloot het eerste deel van de set mooi af.
Lucinda verbaasde er zich over dat er na elk beleefd applaus zo’n oorverdovende stilte volgde. Helemaal anders dan in haar thuisland of op andere festivals waarop ze gespeeld had. Ze bedoelde het niet eens sarcastisch.
Vanaf het stevige ‘Pineola’ koos de rock’n’countryster voor een hardere aanpak waarin de persoonlijkheden van de gitaristen Schermerhorn en Chet Lyster steeds meer uit de verf kwamen. Dat was onder meer het geval in het Stonesachtige ‘Real Life Bleeding Fingers And Broken Guitar Strings’ en de puike ACDC cover ‘It’s A Long Way To The Top If You Want To Rock ‘n’ Roll’. Het van vunzige lyrics voorziene ‘Honey Bee’ had zelfs een hoog punkgehalte. Maar het hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld een weergaloze versie van ‘Joy’ waarin Shemerhorn en Lyster overgingen tot één van de spannendste gitaarduels die we dit jaar live mochten meemaken. Wie hiervoor zijn neus ophaalde dient, wat ons betreft, muzikaal heropgevoed te worden.
Er volgde slechts één bisnummer: het akoestische solomoment ‘Passionate Kisses’. Het concert duurde (slechts) 90 minuten, een stuk korter dan daags voordien in Utrecht. We kunnen alleen maar hopen dat de afvalligen volgende keer wel weer in grote getale present zullen geven want deze unieke zangeres/ songschrijfster verdient de onverdeelde aandacht van iedere Country /Folk/ Rockliefhebber. (Meer foto's)


maandag, juli 13, 2009

B.B. King in Gent: Tussen zelfspot en The Blues

Het grote publiek was naar donderdag Jazz Gent gekomen om Blueslegende B.B. King nog eens aan het werk te zien op Belgische bodem want de kans dat dit nogmaals zal gebeuren lijkt elke keer onwaarschijnlijker. De tent zat dan ook afgeladen vol en heel wat toeschouwers konden zelfs geen zitplaatsje meer bemachtigen
Na een krachtige instrumentale introductie van zijn fenomenale band gingen duizenden handen op elkaar om The King of the Blues welkom te heten. B.B. bedankte hiervoor, nam plaats op een stoel en verontschuldigde zich voor zijn relatief lange afwezigheid van drie jaar. Ziekte (diabetes) hield hem een tijdlang van de podia, maar nu is hij terug onder de mensen en dat doet hem duidelijk deugd. Over zijn ouderdom zou hij het publiek heel de avond nog blijven entertainen (iedereen jonger dan 75 noemde hij steevast “youngsters”). Groots ook hoe deze man met levendige zelfspot de Dood recht in het gezicht uitlachte. “Sommige bandleden denken eraan om te trouwen”, vertelde B.B. “Ik niet, want ik sta al met één voet in het graf en vrouwen geven niet om mannen die al met één voet in het graf staan en te zwak zijn om de tweede erin te trekken.” Wat later grapte B.B. dat zijn kinderen niet dolgelukkig waren met zijn Blind Lemon Jefferson cover ‘See That My Grave Is Kept Clean" dat op zijn laatste album staat, maar desalniettemin zette hij er in Gent een beklijvende versie van neer. Tenslotte beweerde de zanger-gitarist dat hij het liefst als paard zou reïncarneren. Met een beetje goed karma moet zoiets lukken.
Qua setlist verschilde B.B. King’s optreden niet veel met zijn vorige passages in Brussel (2005 en 2006). We tekenden onder meer bevlogen versies op van ‘Let The Good Times Roll’, ‘I Need You So’, ‘Everyday I Have The Blues’ en het speciaal door Bono voor hem gekregen ‘When Love Comes To Town’. Op zijn 83ste blijft de blueskoning nog enorm goed bij stem. En als de meester nu en dan nog eens flink uithaalde op Lucille, ging de tent helemaal uit de bol. Alleen spijtig dat deze momenten misschien iets te schaars bleven en King het gitaarwerk nu en dan overliet aan zijn (overigens schitterende) bandleden.
Meer en meer nam B.B. the entertainer de overhand tijdens dit optreden. Met gespeelde verontwaardiging vertelde de Bluesreus hoe men hem in het verleden had verzocht Lucille ontrouw te zijn door hem proberen akoestisch te laten spelen. “The next morning Lucille broke all of her strings”. Het publiek moest er smakelijk om lachen. “I Love It When You Laugh”, stelde B.B. “ It Feels Like Money In My Pocket”.
King beklaagde zich ook dit keer over het vrouwonvriendelijke taalgebruik van sommige collega muzikanten en gaf de aanwezige mannelijke toeschouwers levenslessen in hoe men vrouwen echt diende te behandelen. Zo leerden we onder meer dat in dat verband de kamertemperatuur erg belangrijk is (“Ladies are funny ‘bout room temperature”). Tweede stap is het aanbieden van een glaasje. Vooral niet aandringen op alcohol als vrouwlief dit weigert. Neem dan liever een niet alcoholisch drankje en kap er zelf wat vodka bij. Daarna zet je wat muziek op – neen, geen BB King, some ‘good’ music’ - en als dit allemaal nog niet helpt… “put some more vodka in it”.
Daarna droeg de man uit Mississippi het massaal meegezongen “You Are My Sunshine” op aan alle dames in de tent en kroonde zichzelf hiermee min of meer tot womanizer van het jaar.
Na alle gekheid volgde nog één muzikaal hoogtepunt. Toen B.B.King zijn signature song ‘The Thrill Is Gone’ het publiek injoeg bleek het kot werkelijk te klein. Feestelijk uitgezwaaid door een dolle menigte verdween onze held in de coulissen. Een mooier afscheid was moeilijk denkbaar.
(Meer foto's)


China Moses brengt ode aan Dinah Washington

China Moses, dochter van jazzdiva Dee Dee Bridgewater, bracht een felgesmaakte ode aan Dinah Washington op de eerste dag van het Jazz Gent Festival. Als kind vond China de platen van Washington bij haar grootmoeder en raakte er als het ware door bezeten. Het mocht dan ook geen verrassing heten dat de jazzbelofte op haar debuutplaat ‘This One’s For Dinah’ eer brengt aan haar grote voorbeeld. Live werd ze hiervoor onder meer begeleid door pianist Rafaël Lemonnier. Je kon merken dat de jonge vocaliste goed naar de filmpjes van haar idool gekeken had want haar podiumpresence riep herinneringen op aan gouden jaren van de jazz. Ook vocaal deed China het bijzonder goed. Dat was onder andere te horen tijdens de mooie frasering van ‘Cry Me A River’ of in het swingend ‘Lover Come Back To Me’. Voor de grote Washington klassieker ‘What A Difference A Day Makes’ kwam Moses wel nog iets te kort. Maar de totaalprestatie bleef absoluut positief en leverde haar een daverend applaus op van het Gentse publiek. Het meisje was er zo door aangedaan dat ze amper genoeg woorden vond om de mensen te bedanken.
(Meer foto's)


zondag, juli 12, 2009

Simon Vinkenoog overleden in Amsterdam

Tweemaal had ik het geluk Simon Vinkenoog te ontmoeten. Een eerste keer op de 25ste Nacht van de Poëzie in Aarschot en de laatste keer op 17 december van vorig jaar, toen hij in de Passa Porta te Brussel zijn verzamelde werk voorstelde.
Het bericht van zijn overlijden stemt me droef. Sinds jaren heb ik grote bewondering voor deze bijzondere Nederlandse dichter en de laatste maanden volgde ik zijn blog bijna dagelijks op het internet. Simon, de dromer, de spraakwaterval, de kritische geest, de fantast, de levenskunstenaar, de dichter.... ik zal hem blijvend missen.
(Hier nog enkele foto's die ik van hem maakte)


donderdag, juli 09, 2009

Crosby, Stills & Nash: Drie koningen uit Woodstock in Vorst

In augustus zal het precies veertig jaar geleden zijn dat het Woodstock festival plaatsvond. Crosby, Stills & Nash, drie ongekroonde koningen die toen geprogrammeerd stonden op deze legendarische “Three Days of Peace & Music”, passeerden afgelopen dinsdag in Vorst Nationaal. Zij kwamen uit het westen…
Net voordat het concert begon nam een rijpere Amerikaanse blonde dame vlak naast ons plaats en vroeg onomwonden met wie wij dan wel geslapen hadden om op de eerste rij te mogen zitten. Wij lachten hier hartelijk om en stelden haar meteen dezelfde vraag, waarop zij doodserieus: “With Graham Nash, I’m married to him for twenty years.” Wisten wij veel!
Het eerste luik van het concert bestond uit een semi-akoestisch deel waarin het trio kon uitpakken met misschien wel hun sterkte wapen: de meerstemmige harmonieën die hen zo beroemd maakten. Bij de openingsnummers ‘Helplessly Hoping’ en ‘You Don’t Have To Cry’ bleek al gauw dat deze stemmen niet meer zo feilloos waren als weleer. Stephen Stills viel, vooral in het begin, op dat vlak meermaals door de mand terwijl Graham Nash nog wel zuiver klonk maar toch wat scherpte miste. Naarmate het concert vorderde viel alles gelukkig meer en meer in de plooi. Dit vooral dankzij David Crosby die, ondanks alle gezondheidsproblemen, als enige toch vocaal zijn oude niveau haalde.
Vroeg in de set volgden enkele covers die zeer binnenkort zullen verschijnen op een cd die het trio opnam met sterproducer Rick Rubin. Vooral ‘Ruby Tuesday’ ( van The Stones) en de Dylancover ‘ Girl Of The North Country’ konden onze goedkeuring wegdragen. Maar het publiek was natuurlijk vooral gekomen om de oude nummers te horen. ‘Guinnevere’ was zo’n klassieker die het goed deed. Het door Nash gecomponeerde ‘Our House’ had niet veel nodig om het publiek massaal aan te zetten om mee te zingen. Het trio trakteerde één keer op nieuw werk , het door Nash gezongen ‘In Your Name’ mag absoluut een aanwinst heten in de CSN catalogus.
“Als ik me iets enthousiaster gedraag dan de rest van het publiek komt dit omdat ik familie ben”, excuseerde mevrouw Nash zich. Ze klaagde erover dat het Nederlandse publiek in Amsterdam de avond voordien wat tam was geweest, terwijl de Fransen in de Parijse Olympia het kot bijna hadden afgebroken om hun waardering te tonen. Het enthousiasme van het Brusselse publiek vond Susan (want zo heette ze) “just wonderful”.
Na de pauze wilde Nash weten of we zin hadden in wat rock’n’roll en -guess what - dat hadden we! De tweede set klonk dan ook een stuk potiger met schitterende versies van onder meer ‘Long Time Gone’, ‘Déjà Vu’ en vooral ‘Almost Cut My Hair’. Stephen Stills soleerde machtig op de elektrische gitaar en de begeleidingsband met onder meer David Crosby’s zoon op keyboards en Joe Vitale aan de drums stonden garant voor kwaliteit.
Memorabel was zeker ‘Cathedral’, een vocaal meesterstuk dat stond als een euh… kathedraal. Aan het eind werd ook nog eens de klassieker ‘For What It’s Worth’ opgediept uit de Buffalo Springfieldperiode. Het publiek vroeg en kreeg meer. Bisnummers volgden: eerst een fantastische versie van ‘Wooden Ships’ waarin alle registers werden opgetrokken en tenslotte een laatste meezingmoment: ‘Teach Your Children’.
Het mag duidelijk zijn dat het leven sporen heeft nagelaten op dit drietal, maar hen live aan het werk zien blijft nog steeds een schitterende ervaring.
(Meer foto's en ook hier en hier)


dinsdag, juli 07, 2009

Leonard Cohen toont meesterschap in muziek, woord en gebaar te Antwerpen

Iemand had de wachtmuziek in het Antwerpse Sportpaleis zorgvuldig uitgekozen. Door de luidsprekers schalden Cohen’s beste songs in de versie van Yasmine, de zangeres en presentatrice waarvoor een dag eerder de uitvaartplechtigheid plaatsvond in het nabijgelegen Wilrijk. Toch was het verrassend dat de meester in hoogsteigen persoon zijn Antwerps concert in het geheel opdroeg aan deze Yasmine. Na het applaus voor dit bijzondere gebaar zette Cohen “Ain’t No Cure For Love’ in. Gezien de aard van de voorbije gebeurtenissen meteen het eerste kippenvelmoment.
Dit Antwerpse concert was reeds het vierde dat Cohen op Belgische bodem gaf binnen de tijdspanne van één jaar. Gedurende twaalf maanden maakte de 74-jarige Canadees een wereldtour die hem in Europa, Amerika, Australië & Nieuw Zeeland en nu weer terug in Europa bracht.
In vergelijking met zijn concerten in Brugge en Brussel vorig jaar tekenden we weinig verschillen op, maar helemaal hetzelfde was het nu ook weer niet. Dit keer vonden we geen spoor van ‘Heart With No Companion’, Avalanche’, ‘The Gypsy’s Wife’ en ‘Democracy’ terug in de setlist. Ook ‘Hey, That’s No Way To Say Goodbye’ werd (mogelijk om begrijpelijke redenen) geschrapt. In de plaats trakteerde Cohen ons wel op een hemelse versie van zijn klassieker ‘Chelsea Hotel No.2’, ooit nog voor Janis Joplin geschreven en een bijzonder intens ‘Waiting For The Miracle’.
Net zoals op de vorige concerten speelde de begeleidingsband ronduit subliem. We krijgen nooit genoeg van het virtuose spel van onder andere Javier Mas op gitaar en bandurria, Bob Metzger op elektrische gitaar, Dino Soldo op de ‘instruments of Wind’ en Neil Larson op keyboards en accordeon. Ook de engelachtige stemmen van The Webb Sisters en ‘collaborator’ Sharon Robinson zullen ons voor eeuwig bij blijven. Maar ondanks al die virtuositeit blijft de gouden stem van Cohen toch het machtigste wapen van het geheel.
Niemand anders dan Leonard Cohen haalt zoveel poëtische zeggingskracht uit zijn songs. Als een Bijbelse profeet betovert en ontroert hij met apocalyptische metaforen (‘The Future’), raakt hij het kruispunt van het goddelijke en het profane (‘Hallalujah’, ‘Suzanne’), onderwijst hij in levensfilosofie (‘Anthem’), bezingt hij de liefde of het gebrek daaraan (‘Dance Me To The End Of Love’, ‘So Long, Marianne).
En dan is er nog de stijl. De knappe verschijning van de oudere heer in zijn onberispelijk maatpak die meermaals (letterlijk) door de knieën gaat om zijn woorden kracht bij te zetten, Leonard die zijn vuisten balt, smekend naar de hemel staart of met een diepe buiging zijn hoed afneemt als respect voor de uitmuntendheid van zijn muzikanten. Elk woord, elk gebaar is klasse.
Hoogtepunten van een concert als dit vermelden is moeilijk; het hele optreden bestond uit één langgerekte climax. Maar als men ons toch zou verplichten er één song uit te kiezen, nomineren wij hiervoor graag ‘Who By Fire’, schitterend vertolkt en met een zalige langgerekte intro van Javier Mas.
Helemaal aan het eind van het concert verwees Cohen nog een laatste keer naar Yasmine: ‘May her spirit find rest…’ Toen bedankte de wijze man voor een allerlaatste keer, boog minzaam, nam nogmaals zijn hoed af en verdween met een minzame lach achter de gordijnen.
We zullen dit concert nooit of te nimmer vergeten.
(Meer foto's)

SETLIST
• Dance Me To The End Of Love
• The Future
• Ain't No Cure For Love
• Bird On The Wire
• Everybody Knows
• In My Secret Life
• Who By Fire
• Chelsea Hotel #2
• Waiting For The Miracle
• Anthem
Second Set
• Tower Of Song
• Suzanne
• Sisters Of Mercy
• The Partisan
• Boogie Street
• Hallelujah
• I'm Your Man
• Take This Waltz
First Encores
• So Long, Marianne
• First We Take Manhattan
Second Encores
• Famous Blue Raincoat
• If It Be Your Will
• Closing Time
Final Encores
• I Tried To Leave You
• Whither Thou Goest (a cappella)


vrijdag, juli 03, 2009

Leonard Cohen op Hydra

Prachtig stukje uit een BBC reportage (1988) waarin Leonard Cohen het Griekse eiland Hydra opnieuw bezoekt en vertelt over de jaren die hij er leefde met Marianne. Tussendoor zijn ook nog live-fragementen te zien van 'Who By Fire' en 'Bird On A Wire'.


donderdag, juli 02, 2009

Solomon Burke houdt het Soulvuur brandend op Couleur Café

Het kleurrijke Brusselse festival Couleur Café blijft één van de leukste van de hele zomer. Ook de 20ste editie bleek een schot in de roos. Op zondag stond onder meer de 69-jarige Rock & Soullegende Solomon Burke geprogrammeerd in de grote Univers tent. Wie deze gigant de afgelopen jaren reeds in Gent, Peer of Brussel aan het werk zag, werd overvallen door een sterk déjà vu-gevoel. De setlist bevatte geen verrassingen, de troon met kralen herkenden we meteen, twee vazen met rode rozen stonden ook nu weer zijdelings hiervan opgesteld, het oogverblinde glitterpak was niet nieuw… Maar gelukkig kan eenzelfde goed klaargemaakte schotel ook na verschillende keren net even goed smaken, op voorwaarde dat er wat tijd tussen zit. Burke verscheen (euh…, misschien een foute woordkeuze want zo snel ging dat nu ook weer niet) als vanouds met een grote groep virtuoze muzikanten op het podium (drum, bas, keyboard, hammond, twee gitaristen, twee viooldames, drie blazers en een achtergrondkoortje bestaande uit één dochter en één kleindochter).
Ook anno 2009 blijft de stem van Solomon ’s mans eigen gewicht in goud waard, meer zelfs the golden voice snijdt nog steeds door merg en been. Dat werd al meteen duidelijk in de pakkende ballad ‘That’s How I Got To Memphis’. Burke schakelde voortdurend tussen gospel, blues, rock, rhythm& Blues en natuurlijk soul, dit terwijl hij zelf kontwiegend en gesticulerend de massa opzweepte. Met ‘Cry To Me’ kreeg hij het publiek makkelijk op zijn (reusachtige) hand, net als met de Tom Waits-cover ‘Diamond In Your Mind’ (uit zijn indrukwekkende comeback album ‘Don’t Give Up On Me’ uit 2002).
Zo wist de Soul Kolossos moeiteloos de ambiance erin te houden met prachtsongs als het van Brian Wilson geleende ‘Soul Searchin’’. Daarna pakte de zanger, die letterlijk en figuurlijk voor twee kan tellen, uit met een paar rock&soulmedleys die stilaan tot zijn handelsmerk beginnen te horen: ‘Sittin’ On The Dock Of The Bay / Stand By Me / The Midnight Hour’ en ‘Proud Mary / Lucille / Good Golly Miss Molly’.
Tussendoor mocht dochter Candy Burke even schitteren in wat wij al eens ‘de jeannettendisco’ durven te noemen: ‘I Will Survive’. Ook nu weer had The Bishop of Soul enkele gewichtige preken voor ons in petto (de man oefent trouwens nog steeds in zijn eigen kerk in San Fernando Valley (Zuid-Californië). “Are You With Me?”, wilde de soulgod dan voortdurend van ons weten. En jazeker, dat waren wij!
Burke, tevens bezitter van een keten van begrafenisondernemingen, bleek daarenboven goed geplaatst om een korte herdenkingsrede te houden voor zijn overleden vriend Michael Jackson (die samen met hem in 2001 werd opgenomen in de Rock’n’Roll Hall of Fame). ‘Don’t Give Up On Me’ gold als een emotioneel afscheidslied, opgedragen aan de King Of Pop.
Ook mooi: ‘Stepchild’, een bluesparel die niemand minder dan Bob Dylan schreef voor Zijne Zwaarlijvigheid. Ondertussen nodigde Solomon ook nu weer enkele tientallen toeschouwers uit om naast en achter zijn troongestoelte te komen uitfreaken op het podium. Deze lieden kregen hiervoor een welverdiende rode roos als geschenk. Het overschot aan bloemen en glitterkraaltjes slingerde dochter Candy in een vrijgevige bui vakkundig het publiek in.
Na feestelijke versies van ‘Somebody To Love ‘ en ’When The Saints Go Marching In’ deed Solomon met enige moeite troonsafstand en liet zich tevreden in een rolstoel zakken. Onder een daverend applaus werd de zanger daarna onherroepelijk van het podium gerold.
Het mag vreemd lijken maar ook al kennen wij Burke's trukendoos nu al stilaan van binnen en van buiten, we genoten toch weer van elk moment van dit optreden en dat zal meer dan waarschijnlijk in de toekomst ook het geval zijn. Dit soort zwarte muziek blijft niet alleen gemakkelijk aan het hart kleven, maar raakt immers ook de ziel. Blijft enkel nog de vraag: Are You With Me?
(Meer foto's)


zondag, juni 28, 2009

Lalalover: van alle ritmes thuis

Het voordeel van de zomermaanden is dat allerlei plaatselijke muziekfestivalletjes die meestal gratis toegankelijk zijn in Vlaanderen steeds meer mensen naar buiten lokken. Nadeel is dat een flink deel van deze mensen nauwelijks in muziek geïnteresseerd zijn. Een mooi voorbeeld hiervan was ‘Toernee Generale’ in Anderlecht. De Brusselse gemeente mag dan wel een grote naam zijn in het Belgische voetbal, het nationaal centrum van de rock ‘n’ roll is het zeker niet.
Frontman Tom Kestens had nog wel een T-shirt aangetrokken met daarop in vette letters ‘It’s NOT only Rock’n’Roll!”, (verwjzend naar de gelijknamige tentoonstelling in Bozar het voorbije jaar), maar ook dit mocht aanvankelijk niet baten om de aanwezigen dichter naar het podium te lokken. De toog en de biertafels blijven nu eenmaal een grotere aantrekkingskracht uitstralen op Brusselaars en Vlamingen, een feit waar we nu eenmaal zullen moeten mee leren leven. Maar ook een schande want de muziek die Lalalover brengt is pure klasse, die eenieders onverdeelde aandacht verdient.
Deze groep bracht vorig jaar hun tweede juweeltje op rij, genaamd ‘The Runner’ uit. Hieruit werd al vroeg in de set ‘Rebel Blood’ opgediept, dat met een onweerstaanbaar 'do-do-doo'-zangkoortje de aanwezigen probeerde aan te zetten om de dansspieren los te gooien. De beste Anderlechtse rebellen durfden wat met hun kont te wiegen of probeerden al eens een kniebuiging uit, maar daar bleef het helaas ook bij.
Een tweede aanzet om het publiek in beweging te brengen gebeurde met het alom bekende ‘Troubles & Fights’, waarin Tom Kestens, als ode aan de King of Pop, het bekende ‘Ma ma se, ma ma sa, ma ma coo sa’ stukje (uit ‘Wanna Be Starting Something’) verwerkte en de mensen vroeg om dit luidkeels mee te zingen, zodat Michael het hierboven zou horen. Tom deed er nog een persoonlijke variatie van een moonwalk bovenop. Aan coole moves ontbreekt het deze frontman trouwens niet, zalig om de man op het podium te zien dansen.
‘Wat is het hier warm, kan iemand aub de airco eens aanzetten? ‘ grapte Kestens, maar de groene jongen bedacht zich al gauw, ‘toch maar niet doen, slecht voor het milieu’. Dus verwisselde de zanger maar gauw even van hemdje en trok, op Anderlechtse bodem, een shirt van FC Barcelona aan.
De knappe single ‘A Woman Saves a Man’ slaagde erin een deel van het publiek aan te zetten tot enig ritmisch handengeklap. Daarna droeg Tom de droeve lyrics van het mooie ‘Step Out Of The Dark’ op aan collega Yasmine. Vanaf ‘Candy’ traden drie muzikanten met blazers naar voren die de muziek nog eens een extra boost gaven.
Dit Lalalover XL bleef soul, funk, rock, jazz, rhythm & blues en alle andere mogelijke dansritmes combineren tot een swingend geheel waar we nooit genoeg van kregen. In ‘The One’, een uitstapje naar hip hop, nam Kestens de rap-passage voor eigen rekening en ‘Love At First Sight’ bleef in een ietwat hernieuwde versie ook weer stevig overeind.
Tenslotte trakteerde de band op een lange versie van ‘The Revelation’, deze aan Marvin Gayle opgedragen song blijft nog steeds het meest groovy thang dat in de 21ste eeuw binnen onze landsgrenzen is gemaakt. Tijdens dit nummer was er als vanouds voldoende ruimte voor fijne solo’s van groepsleden Ben Van Camp (gitaar), Olaf Janssens (Keyboards), Sjang Coenen (bas) en Koen Lieckens (drums). De band sloot af met een lekker ‘Get Your Act Together’. Als slot willen we graag nog meegeven dat Lalalover één van de beste acts op de Belgische bodem blijft. Ga dat zien!
(Meer foto's)


woensdag, juni 24, 2009

Ry Cooder & Nick Lowe tweemaal op eenzame hoogte

De twee avonden Ry Cooder hadden we vet aangestipt in onze agenda want het was alweer van 1995 geleden dat de zanger / meestergitarist / producer en onderzoeker van het muzikale werelderfgoed nog eens live in ons land te gast was. Nieuwsgierig als we zijn, vroegen we ons af of er enig verschil zou zijn tussen het eerste concert dat plaatsvond in de Elisabethzaal in Antwerpen en het tweede dat in de Bozar te Brussel stond gepland. Dit bleek, na grondig onderzoek, slechts nauwelijks het geval. De setlist was op de twee avonden hetzelfde en Ry droeg in Brussel zelfs het identieke foute hemd als de dag ervoor. Zijn maatje Nick Lowe had de tweede avond tenminste een ander poloshirtje aangetrokken (rood in plaats van geel) maar dit veranderde fundamenteel weinig aan de zaak. De bindteksten in Antwerpen waren misschien wat beter terwijl het Brusselse publiek net iets enthousiaster leek. Tot zover de verschillen.
De beminnelijke Juliette Commagere diende als voorprogramma voor deze Europese tour. In haar groep merkten we, genesteld achter zijn drumkit, reeds Joachim Cooder op. Ry’s zoon was er in 1995 ook al bij, maar de snotaap van toen is nu opgegroeid tot een volwassen man en een geïnspireerde drummer. Juliette (het liefje van Joachim) behoort al jaren tot de inner circle van de Cooder Family en is onder meer te horen op ‘Chavez Ravine’ en ‘My Name Is Buddy’. Ze bracht het er zowel in Antwerpen als in Brussel meer dan behoorlijk van af. Haar manier van zingen deed wat denken aan collega zangeressen Feist of Cat Power, de opgetrokken muzikale landschappen herinnerden ons soms aan Daniel Lanois. In een kleinere, sfeervolle zaal zou haar act alleszins meer opzien baren. Maar we noteren haar naam nu al op het lijstje van de betere voorprogramma’s die we dit jaar voorgeschoteld kregen.
Na een korte pauze was het de beurt aan vader Cooder en compagnon Lowe (op bas en akoestische gitaar), eerst enkel gesteund door Joachim aan de drums en vanaf het vijfde nummer met extra hulp van de heroptredende Juliette Commagere en haar vriendin Alex Lilly, die beiden voor aardige backing vocals zorgden. Normaal had de accordeonvirtuoos Flaco Jimenez de groep nog moeten vervoegen, maar een hernia liet dit feest niet doorgaan. Ry nam tijdens het concert ruimschoots de tijd om de afwezigheid van zijn makker te verontschuldigen en raadde ons aan ‘zijn muziek er gewoon bij te denken’.
Het was Nick Lowe die als eerste plaatsnam achter de microfoon voor ‘Fool Who Knows’, een song uit de tijd van het gelegenheidsproject Little Village, waar Cooder & Lowe eerder al eens samenwerkten. Daarna nam Cooder een duik in de tijd met de medley ‘Fool For A Cigarette/Feelin’ Good’ (uit ‘Paradise and Lunch’ uit 1974). De seventies zouden trouwens het decennium zijn waarnaar de keizer van de slidegitaar tijdens deze concerten het meest zou teruggrijpen. Dat was ook het geval voor ‘Vigilante Man’, een Woody Guthrie-klassieker die Ry al in 1971 opnam, maar hier als sobere Blues werd geserveerd. De talrijk aanwezige Vlaamse gitaristen moeten zich nietig gevoeld hebben tegenover het ragfijne gitaarspel dat Cooder hier uit de mouw schudde. Ongelooflijk hoe deze artiest met slechts enkele noten uit zijn gitaar toch zo’n diepe sfeer kan genereren. ‘Chinito Chinito’ (uit Chavez Ravine- 2005), gedragen door de vrolijke meisjesstemmen van Juliette en Alex, combineerde zuiderse ritmes met een vleugje oriëntalisme. Dit bleek achteraf het enige recente nummer dat de Belgische setlists haalde, maar geen mens die hierom treurde. De oldie ‘Crazy ‘bout An Automobile’ werd in Antwerpen opgedragen aan burgemeester Janssens, die ‘a very nice guy & quiet romantic’ leek in de ogen van Cooder. Deze uitlating leverde slechts een minimum aan applaus op in de Scheldestad en het was misschien daarom dat Cooder, in hart en nieren ook een socialist, nog meermaals verwees naar ‘The Mayor’ en zijn verzoekjes.
Nick Lowe’s vergeten pareltje ‘Crying in my sleep’ herinnerde ons welk een briljant songwriter deze ‘Jesus of Cool’, die er een beetje uitzag als een uit de kluiten gewassen Woody Allen, toch wel is. En dat niet alleen, de man beschikt ook over die typische Britse humor waar wij nooit genoeg van krijgen. Zo vertelde hij dat zijn grote hit ‘Half A Boy And Half A Man’ in België voor drie zalige weken op nummer één stond in de hitparade, terwijl dat maar voor twee weken het geval was in de Nederland. De reden? In Holland werd het nummer van de troon gestoten door niemand minder dan… ‘Father Abraham & The Smurfs’! Het zal je maar overkomen, Lowe had ocharme dit trauma duidelijk nog niet verwerkt. De song zelf zorgde tijdens beide avonden voor een feestelijk moment en waarom het zittende publiek tijdens dit geniale nummer niet recht veerde is ons nog steeds een raadsel. Ondertussen bleef Cooder muzikaal excellereren en verwisselde evenveel van gitaar als de gemiddelde BV van nieuw lief. (Geen tekort aan BV’s overigens, ze kwamen op beide avonden uit alle hoeken tevoorschijn). Tijdens ‘Down In Hollywood’ trok Cooder met zijn groep alle registers open en zette een sound neer die ietwat aan het betere werk van David Byrne deed denken. Ook prachtig was de simpele shuffle ‘One Meatbal’ (uit zijn debuutplaat – 1970) over een man in een restaurant die slechts geld had om één gehaktbal te betalen en hiervoor door de kelner wordt uitgelachen. Wat later zette Cooder ‘Jesus on the mainline’ meesterlijk neer als een Waits-achtige gospelsong om daarna af te sluiten met de Doc Pomus klassieker ‘Little Sister’, één van de weinige echte hits die de Cooder ooit gehad heeft. Tijdens de bisronde trakteerde Nick ons eerst op het wondermooie ‘What's So Funny 'bout Peace, Love And Understanding’, dat iedereen natuurlijk kent in de Costello-versie, maar dat wel degelijk door Lowe werd gecomponeerd. Daarna kregen we een Spaans-Engelse versie van de legendarische plakker ‘He’ll Have to Go’ waarin Flaco misschien het meest werd gemist en afsluiten gebeurde via het sobere kippenvelmoment ‘How Can A Poor Man Stand Such Times And Live’ (1970). Cooder & Co zwaaiden ons nog éénmaal toe en verdwenen na een staande ovatie onherroepelijk achter de coulissen. Wat overbleef waren twee concerten die we niet gauw zullen vergeten. (Meer foto's)


zondag, juni 21, 2009

De Americana van Eric Brace & Peter Cooper (Toogenblik, Haren)

Vrijdagavond stond in het gezellige muziekhuis Toogenblik in Haren het Amerikaanse duo Eric Brace & Peter Cooper uit East Nashville voor het eerst oog in oog met een Belgisch publiek. Beide heren hebben naast het muzikant zijn een achtergrond als muziekrecensent en leerden mekaar vijf jaar geleden kennen, waarna van het één het ander kwam. Aanleiding voor hun bezoek aan Haren was het verschijnen van hun knappe cd ‘You Don’t Have To Like Them Both’, waarvoor Brace & Cooper via een intensieve tour door Europa nu promotie maken. Uitgedost in sfeervolle lichtblauwe countryhemden stelden ze zichzelf voor en legden ze uit dat de muziek die ze ten gehore zouden brengen meestal aangeduid wordt als ‘Americana’. “ Maar wat betekent dat eigenlijk?” , vroegen ze zich tegelijk af “De muziek van Nick Lowe noemt met ook Americana en Nick is een Brit, hetzelfde geldt voor The Rolling Stones…”
Voorzien van twee akoestische gitaren startte het duo de set met een gracieuze versie van ‘Her Bright Smile Haunts Me Still’, te vinden op hun gezamelijke cd. Cooper & Brace wisselden mekaar nu en dan af als zanger en lieten ons tussendoor ook genieten van hun beste eigen songs, voor Brace deze gemaakt met de groep ‘Last Train Home’ terwijl Cooper daarvoor putte uit zijn schitterende soloplaat ‘Mission Door’ (2008). Ook een aantal covers passeerden de revue. Zo grapte Cooper dat hij er zeker van was dat iedereen wel een versie van ‘The First In Line’ zou kennen (oa Everly Brothers, Emmylou Harris…) maar dat de song nu eindelijk toch eens “a more professional approach” verdiende. De bindteksten van het duo bleven het hele optreden lang trouwens doorspekt met dergelijke ‘jokes’, hetgeen vaak voor hilariteit zorgde. Brace en Cooper mogen mekaar en dragen het publiek een warm hart toe, zoveel is duidelijk. Hun vriendschap werd niet alleen voelbaar in het aangename samenspel van hun gitaren of in hun harmonieuze samenzang, maar ook door de manier waarmee beide artiesten op een geestige manier met mekaar omgaan op het podium.
Hoogtepunten van de eerste set waren onder meer Cooper’s aangrijpende song ‘715 (for Hank Aaron)’ over een zwarte baseballspeler die zich de haat van de blanken op zijn nek haalt door het nationale record ‘homeruns’ te verbeteren en Brace’s ‘Tranquility Base’, een reflectie over de figuur van maanreiziger Neil Armstrong.
Tijdens de tweede set viel vooral ‘Denali Not McKinley’ op, een meesterwerkje dat Peter Cooper’s songschrijverschap illustreert en verder ook een ode van Eric Brace aan de countryheiligen Johnny & June Cash, genaamd ‘Henderson’. Afsluiten deed dit fantastische duo met een fijne cover van het van Bob Dylan geleende ‘Tonight I’ll Be Staying Here With You’. Na een meer dan verdiende bisronde waarin het tweetal nog eens uitpakte met het mooie ‘I Flew Over Our House Last Night’ (van Tom T. Hall), kregen de heren elk een ‘Cherry Beer’ op kosten van de zaak. Een mooiere manier om het muzikale seizoen van ‘t Toogenblik af te sluiten was moeilijk denkbaar.
(Foto’s met dank aan Marielle De Rycke en Eric Arijs)


zaterdag, juni 20, 2009

The Eagles: The Long Run in Antwerpen

De hoge ticketprijzen schrikten de Belgische fans van The Eagles (bestaande uit vooral veertigers, vijftigers en zestigers) niet af om massaal present te zijn in het Antwerpse Sportpaleis om de supergroep live aan het werk te zien. Maar helaas, laten we het meteen maar zeggen, hadden dit keer de aanwezigen (deels) ongelijk. De herenigde adelaars bestaande uit Don Henley, Glenn Frey, Joe Walsh en Timothy B. Smith kwamen ons met enige vertraging hun ‘Long Road Out Of Eden’ (uit 2007) voorstellen. Een plaat die voor het eerst sinds 1979 weer eens uit geheel nieuw werk bestond en ook dit keer wereldwijd een miljoenenverkoop kende. Het concert in Antwerpen maakte deel uit van de wereldtour van de groep, die in maart van vorig jaar van start ging. Kosten noch moeite werden gespaard om het podium, bedolven onder bogen van licht en hightech projecties, er aantrekkelijk te laten uitzien. Mooi om naar te kijken, dit grote countryrockcircus, maar we kwamen natuurlijk vooral voor de muziek. De vier hoofdvogels konden, wanneer nodig, op ondersteuning rekenen van een negental extra muzikanten, die multi-instrumentaal inzetbaar bleken. De groep trapte af met een half geslaagd ‘How Long’, de grijsgedraaide radiohit van hun laatste plaat. Daarna haalde bassist Timothy B. Smith meteen het tempo naar beneden in de Radio 2 ballad ‘I Do Not Want To Hear It Anymore’. Dan klonk het door Walsh gezongen ‘Guilty Of The Crime’ met enkele snerpende gitaaruithalen toch een stuk potiger. Maar de zaal werd pas echt wakker toen als vierde nummer op de setlist de wereldhit ‘Hotel California’ gracieus werd geserveerd, met een projectie van het mythische hotel op de achtergrond. Hierbij werd zanger-drummer Don Henley voor het eerst onder de spotlights gezet en het moet gezegd: de man ziet er tegenwoordig fysiek uit als een volwaardige dubbelganger voor Karel De Gucht. Wie zou zoiets ooit gepeinsd hebben! Ondertussen slingerden Joe Walsh en gastgitarist Steuart Smith (op double neck gitaar) de legendarische Hotel gitaarsolo’s meesterlijk de zaal in en ze kregen hiervoor terecht een verdiend applaus. “We doen nu enkele oude songs” sprak Frey het publiek toe “van uit de tijd dat de Dode Zee nog enkel ziek was”. Uit de eerste Eaglesplaat (1972) volgde ‘Peaceful Easy Feeling’, een schoolvoorbeeld van de typische Californische Countryrock die door deze band gepopulariseerd werd. Uit dezelfde plaat kwam ook ‘Witchy Woman’, ook hier met krachtige drumslagen feilloos opgediend. Net voor de pauze trok Walsh, ondersteund door een blazersectie, echt alle registers open: “In The City”. Het eerste concertdeel werd onder handengeklap van het publiek afgesloten met een gezapige versie van ‘The Long Run’(uit 1979); “the song that sums it all up for this band”, aldus een ironische Henley . We konden de man alleen maar gelijk geven, 'trop' is nog steeds 'te veel'...
Het tweede deel begon veelbelovend met de vier broederlijk naast elkaar gezeten protagonisten, die een drietal nummers uit de laatste plaat serveerden waaronder het ecologische ‘No More Walks In The Wood’. De Amerikaanse adelaars diepten daarna nog een tiental songs op uit heden en verleden, waaruit tevens her en der geput werd uit solomateriaal van de bandleden maar helaas sloeg de verveling toen toch echt genadeloos toe. De prettig gestoorde Walsh kon ons nog even amuseren met zijn capriolen tijdens ‘Life’s Been Good’, waarbij hij met een camera op het hoofd video-opnamen maakte van het publiek dat hierop nogal voorspelbaar reageerde. Het slotoffensief met dikke hits als ‘Heatache Tonight’, ‘Life In The Fast Lane’ en in de bissen ‘Take It Easy’ en ‘Desperado’ konden het tij helaas niet echt meer keren. Drie uur Eagles (inclusief korte pauze) bleek gewoon ook echt te lang om te blijven boeien. Hardcore fans zullen ons hierin misschien tegenspreken, maar dat is voer voor rockornitologen, die wij overigens niet zijn.


vrijdag, juni 19, 2009

Shaketown's Sentimental Journey (13/100)

'Hotel California'

THE EAGLES (1976)


maandag, juni 15, 2009

E. Brace & P. Cooper - 'You Don’t Have To Like Them Both’

De hoes van ‘You Don’t Have To Like Them Both’ verraadt speelplezier en kinderlijke eenvoud. Twee gitaarspelende kleifiguurtjes op rollende planken, presenteren hun nieuwste songs. De gestileerde mannetjes staan als karikatuur voor muziekjournalisten Eric Brace (The Washington Post) en Peter Cooper (The Tennessean en het befaamde tijdschrift No Depresson). Brace is vooral bekend als songschrijver en frontman van Last Train Home, een grote naam in de wereld van Alt-Country / Americana. Peter Cooper oogstte meteen succes met zijn debuut-cd ‘Cautionary tales’ (2007), die oa door Kris Kristofferson de hemel werd ingeprezen. Beide heren uit East Nashville, die mekaar een vijftal jaren geleden leerden kennen, hebben nu de handen in elkaar geslagen om gezamenlijk muziek te maken. Het eerste resultaat van hun samenwerking is te horen op het uitstekende ‘You Don’t Have To Like Them Both’. De titel van deze plaat is exemplarisch voor de gezonde dosis intelligente humor die je oa ook in de liner notes van deze plaat terugvindt. Ook al zijn Brace & Cooper artiesten met een enorme vakkennis, ze nemen zichzelf niet al te serieus, wat het speelplezier alleen maar bevordert. Eric en Peter, beiden aan de akoestische gitaar, krijgen versterking van een schare muzikale vrienden op onder meer banjo, pedal steel, bas, drums, keyboards, accordeon, ukelele en flugelhoorn, instrumenten die in de juiste dosis geserveerd garant staan voor een typisch rootsy-americana-country-folk geluid, dat van de eerste tot de laatste noot blijft boeien. De songs op deze plaat zijn vaak ontleend aan muzikale helden (Lauderdale, Kristofferson, Straub…) en het is misschien een beetje jammer dat er maar drie originele nummers (één van Brace, twee van Cooper) opgenomen werden van deze heren, die zelf ook al bewezen prima songschrijvers te zijn. Maar ach, deze kritiek maakt nauwelijks iets uit voor wie gewoon naar de plaat luistert. Een voorzichtige banjo en een dromerige pedal steel trekt ons mee op avontuur in ‘I Know A Bird’. Het had een traditional kunnen zijn, maar het is ‘gewoon’ een song van Eric Brace. ‘Omar’s Blues #2’, geïnspireerd ‘by twilight & memories’ doet ons even terugdenken aan gloriedagen van The Band. Peter Cooper’s ‘The Man Who Loves To Hate’ is een rake karakterschets, in de beste Elvis Costello-traditie. De cover van het van Emmylou Harris en The Everly Brothers bekende ‘The First In Line’ is niet bijzonder origineel, maar wel voldoende mooi om er nooit genoeg van te krijgen. De Cooper original ‘Denali, Not McKinley’, over de naar een Amerikaanse president hernoemde berg in Alaska, combineert speelse humor met een swingend geluid. Ook grappig is de onweerstaanbare Jim Lauderdale cover ‘Lucky Bones’, dat ons goedgemutst tot enige silly walks weet te verleiden. Maar naast een lach is er ook een traan in de schitterende traditional ‘ Her Bright Smile Haunts Me still’, in de mooie interpretatie van de Kristofferson song ‘ Just The Other Side Of Nowhere’ en in de bol van gemiste kansen staande afsluiter ‘Yesterdays and Used To Be’s’. Dit alles leidt ons slechts tot één conclusie: Eric Brace & Peter Cooper, we like them both! Op 19 juni zijn beide heren live te bewonderen in de fantastische muziektempel Toogenblik in Haren. Reserveer alvast uw plaatsen.


zondag, juni 14, 2009

ZZ Top in Vorst: Heaven, Hell or Houston

De line-up van ZZ Top is na 40 jaar ongewijzigd: Billy Gibbons (zang en gitaar), Dusty Hill (basgitaar, zang) en Frank Beard (drums). Ook de muziek die de gezonnebrilde sinterklazen van de rock maken blijft in wezen hetzelfde: rootsy hardrock boogie gedrenkt in de zuiderse Blues. Aan hun looks hebben de heren doorheen al die jaren weinig veranderd, de baarden zijn alleen ietwat grijzer geworden en de kleuren van hun gitaren enkel wat meer flashy. Afgemeten aan het uitverkochte Vorst Nationaal blijkt dat de groep nauwelijks aan populariteit heeft ingeboet. Grote interesse bleek ook vanuit de buurlanden te komen want zowat overal in de buurt van de Brusselse rocktempel merkten we Nederlandse, Franse en Duitse nummerplaten op. Een hemelse avond met de baar(d)lijke duivels was waarnaar het publiek verlangde en ook kreeg. Het Texaanse trio trapte af met ‘Got Me Under Pressure’ en hield er ook bij de volgende nummers een gezapig tempo op na, ideaal voor Gibbons en Hill om enkele typische danspasjes te plegen die qua eenvoud perfect nabootsbaar zijn in elk bejaardentehuis. Gibbons kreeg alle ruimte om zijn typische gitaarsolo’s de zaal in te slingeren terwijl Hill en Beard de ritmesectie sterk onder controle hielden. Herkeningsapplaus steeg op bij ‘I’m Bad I’m Nationwide’ en vooral bij het donderende ‘Cheap Sunglasses’ konden de fans eens lekker uit de bol gaan. Maar de verrassingen van de avond kwamen uit een andere schuif. De groep trakteerde ons eerst op het meeslepende, door Dusty Hill gezongen, ‘Catfish Blues’, opgedragen aan Muddy Waters. Daarna barstte de band los in het van Jimi Hendrix geleende ‘Foxy Lady’, dat bij momenten deed vermoeden dat de zwarte gitaargod uit zijn graf was opgestaan. Alleen al hiervoor was de trip naar Vorst de moeite waard. Nadien dreef ZZ Top het tempo op met ‘Heard It On The X’ en mocht Gibbons zijn slidekunsten demonstreren in de werkmansblues ‘Just Got Paid’. Tijdens het laatste halfuur was er enkel nog plaats voor hits. ‘Gimme All Your Lovin’, ‘Sharp Dressed Man’ en ‘Legs’ (met extra achtergrondvideo’s) kregen Vorst zonder veel moeite plat. Tijdens de bissen stond de ultieme one chord Blues klassieker centraal: ‘La Grange’. Afsluiten deed ZZ Top met een helse versie van ‘Tush’ om daarna weldoend en niet omkijkend te verdwijnen in de coulissen. Over enkele maanden verschijnt een splinternieuwe plaat van dit trio, geproduced door Rick Rubin. We zijn alvast benieuwd.
(Meer foto's)


zaterdag, juni 13, 2009

Ceci n'est pas un Magritte