zondag, maart 07, 2010

Mark Linkous (Sparklehorse) stapt uit het leven

Op 9 november 1996 zag ik Sparklehorse voor het eerst in de Vaartkapoen in Molenbeek. Mark Linkous had toen net een eerste zelfmoordpoging achter de rug en werd met een rolstoel het podium opgereden. Vreemd dat een optreden zo moest beginnen. Maar het concert zelf was onvergetelijk. Weinigen hebben de intensiteit van de droefheid zo kunnen vatten als Linkous met zijn sprankelend paard. Tien jaar (24.10.2006) en drie cd's later mocht ik getuige zijn van zijn laatste optreden in de Ancienne Belgique (Foto's). Weer die somberheid, weer die eeuwige droefheid maar o, zo mooi muzikaal vertaald. Na dit geslaagde optreden leek Linkous even in 'good spirits' (zie foto). Maar de depressies zouden nooit verdwijnen. Sparklehorse trad nog een paar keer op in dit land, zelfs vorig jaar nog in Gent. Gelegenheden die ik spijtig genoeg gemist heb. Gisteren maakte Mark Linkous een einde aan zijn leven. "La tristesse durera toujours"....
We will remember him.
..................
"Sometimes days, go speeding past
Sometimes this one, seems like the last
It’s a sad and beautiful world"
(Mark Linkous)
...........................................

woensdag, maart 03, 2010

Jaga Jazzist: BINGO voor experimentele jazz-gokmachine

Laptopmuzikant en knoppendraaier Steven Ellison aka Flying Lotus mocht een uur lang de volle AB Box entertainen met vette beats en elektronisch gegoochel. Te lang zo bleek want na enige nummers hielden wij (en vele anderen) het voor bekeken en zochten terug de luwte van de AB Bar op in afwachting van het hoofdprogramma.
De mensen van Jaga Jazzist waren niet aan hun proefstuk toe in de Brusselse muziektempel want het was reeds de vijfde keer dat ze er optraden. Het Noorse nonet (jawel, ze zijn met negen muzikanten – acht heren en één damesmeisje) heeft doorheen de jaren een flinke schare Belgische fans rondom zich verzameld, want hun concert bleek dit keer reeds lange tijd te zijn uitverkocht.
De doortocht van dit Skandinavische jazz ensemble had alles te maken met het verschijnen van hun nieuwe (schitterende) cd ‘One-Armed Bandit’ (een ander woord voor gokautomaat) en het podium hing dan ook vol met herkenbare goksymbooltjes die flikkerend oplichtten tegen het duister en waarrond de negen muzikanten stonden opgesteld. Een goede combinatie van toevalstreffers levert bij zo’n automaat winst op en als we zoiets muzikaal vertalen zou dit kunnen betekenen dat de groep het eeuwige zoeken naar het juiste samenspel van de vele groepsleden centraal stelt. Het is precies dit voortdurend combineren en experimenteren dat het meest kenmerkende en meteen ook de grootste troef uitmaakt van een groep als Jaga Jazzist.
De band opende met het nieuwe ‘Book Of Glass’ en trok hiermee meteen al een eerste indrukwekkend soundscape op. Daarna volgde het titelnummer uit hun nieuwe plaat, zowaar een meesterwerk, met een steeds terugkerend thema dat zich moeiteloos als een onweerstaanbare mantra in je geheugen vastnestelt. Het compositorisch brein van de groep, Lars Horntverth, leefde zich erin uit op de tenor sax maar wisselde later tijdens het concert nog vaak van instrument, net als vele andere groepsleden trouwens die zich meester toonden op onder meer de vibrafoon, klarinet, akoestische bas, trompet, trombone, tuba, allerlei gitaren, drums, keyboards en elektronica.
Het breed uitwaaierende ‘Bananfluer Overalt’, ook uit de nieuwe plaat, viel onder meer op door het krachtige drumwerk van neo-viking Martin Horntverth, tevens de sympathieke woordvoerder van de groep. ‘200 V / Spektral’, een nummer dat door de veelheid van tempowisselingen en melodieën en het soms overdadig gebruik van elektronica verzakte tot één grote kakafonie kon ons minder bekoren. Maar het daaropvolgende ‘Toccata’, dat sterk herinnerde aan de repetitieve muziek van Philip Glass, was meteen weer een schot in de roos.
Dat de klasse van de individuele muzikanten hier stond als een huis is zonder twijfel een understatement. Niettegenstaande de onmeetbare complexiteit van deze muziek weet elk van hen precies waar hij of zij staat en vooral waar het allemaal naartoe gaat. Indrukwekkend gewoon.
Er volgde een reeks oudere nummers, zoals ‘Reminders’, waarin het gitaarwerk meer centraal stond. Maar het publiek geraakte pas echt onder stoom tijdens het felle ‘Touch Of Evil’ (opnieuw geplukt uit de nieuwe plaat) dat onder krachtig elektronische toevoer aanzette tot massaal handgeklap. Zelden zagen wij een band zo alle registers opentrekken zoals hier het geval was. Ook de volumeknoppen moeten ver in het rood gestaan hebben. Het publiek genoot met volle teugen.
“You’re better than the Norwegian Audience” bedankte de gebaarde drummer ons en prompt herdoopte hij het oudere ‘Oslo Skyline’ tot ‘Brussels Skyline’. Een eerbetoon dat kon tellen! Tijdens de bisnummers haalden de Jazz Noormannen nog één nieuw nummer met de exotisch klinkende titel ‘Prognissekongen’ uit de kast. Maar voor ons was de (gok)winst al lang binnen. Jaga Jazzist mag zonder twijfel één van de spannendste hedendaagse (jazz)ensembles van het Europese halfrond genoemd worden. Men zegge het voort.

maandag, maart 01, 2010

Lucas Dawson - Another Way To Say Goodbye

Lucas Dawson’s debuut kan je qua thematiek en intensiteit het best vergelijken met meesterwerken als ‘Blood On The Tracks’ (Bob Dylan) en ‘Berlin’ (Lou Reed). Niet dat het duizelingwekkend niveau van deze beroemde voorgangers meteen geëvenaard wordt (niemand doet dat), maar Dawson zorgt met zijn ‘Another Way To Say Goodbye’ toch voor één van de meest beklijvende platen in lange tijd.
Misschien eerst even situeren. De in Perth, Australië geboren en getogen Lucas Dawson verhuisde op zijn 21ste naar Londen waar hij de vrouw van zijn leven ontmoette en haar halsoverkop volgde naar haar thuisland Zweden. Daar liepen de zaken echter niet zoals verwacht en scheidden het koppel van elkaar. Dit album mag dan ook gezien worden als een open brief van Dawson aan zijn ex-lover in de vorm van een muzikaal drama, uitgevoerd door een vrij klassieke four-man-band met enkele additionele muzikanten.
In het openingsnummer ‘Four Catastrophic Years’ loopt de ik-persoon zijn ex, na haar jaren niet meer gezien te hebben, toevallig tegen het lijf. Terwijl deze laatste inmiddels getrouwd is en enkele kinderen ter wereld bracht, loopt de eerste nog steeds doelloos rond, smachtend naar de vrouw van zijn leven. Ter verklaring van zijn levenswandel kan Dawson tegenover zijn ex onomwonden stellen: “You and I know that the right woman has already come and gone”. Meteen een moment dat door merg en been snijdt, zoals even later een felle gitaar zal onderstrepen. Maar er zullen nog meerdere soortgelijke pijnscheuten volgen.
‘Im So Miserable’ is een adembenemend eerlijk verslag van een obsessioneel leven zonder de geliefde waarin zelfbeklag (“It’s all gone to hell back here”), jaloersheid (“I think I heard you sigh / Was he inside?”) en afreageren (“I’ve started drinking and getting in fights”) centraal staan. Een Chet Baker-achtige trompet zorgt mede voor de desolate sfeer die naar de keel grijpt.
“What Am I To Do?” vraagt Dawson zich vertwijfeld af op het moment dat alle communicatie verbroken is en de geliefde zelfs de telefoon niet meer opneemt. “I wish you’d take my calls, or give me back my balls”, klinkt het wanhopig. Niets helpt echter, uitwegen worden niet geboden.
In ‘Burned That House Down’ blijft er slechts stof en as over van het kaartenhuisje dat eens de ideale liefde symboliseerde terwijl ‘We Were Too Young’ voor de mislukking misschien wel een verklaring geeft, maar geen troost biedt. Mooi ook hoe hier de zachte backing vocals van Emily Brown komt aanschurken tegen de getormenteerde ietwat ruwere stem van Lucas Dawson.
De zanger gaat door een bad van snijdende emoties in het naar een climax zoekende ‘Ain’t Life Cruel’ waarin elke poging tot vergeten tot mislukking gedoemd is. ‘I’m Giving up’ lijkt dan ook het enige alternatief, dat bijna swingend wordt ingehaald maar ook dat lukt niet want ‘Old Habits’ sterven, zoals iedereen weet, nog steeds hard.
‘I Hate You’ zoemt nog één keer in op de ruzies die aan het afscheid vooraf gingen (“Like a silent knife driven into my spine in every argument we had”). Hierna is ‘Goodbye’ dan ook de onvermijdelijke, logische slotsong, (hier in duet gezongen met de voortreffelijke Emily Brown), waarin de laatste pogingen tot een reünie definitief worden afgezworen. Het is het soort vaarwel dat eerder als een triomf dan als een treurlied klinkt, maar desalniettemin het afscheid des te pijnlijker maakt.
De mysterieuze titelloze ghost track die het album afsluit is een soort coda waarin de geliefden nog eenmaal aan elkaar verschijnen in een tijd- en ruimteloos kader, als in een droom, waardoor dit album toch nog een open einde lijkt mee te krijgen.
U hebt het begrepen, waarde lezer, Lucas Dawson heeft met ‘Another Way To Say Goodbye’ een bijzonder intense, adembenemende plaat gemaakt die aan de ribben blijft plakken. Wat kan ellende toch mooi zijn.

dinsdag, februari 16, 2010

Xavier Rudd definieert Aboriginal Funk in de AB

Australiër, singer-songwriter, multi-instrumentalist en milieuactivist Xavier Rudd was reeds aan zijn vierde optreden toe in de Ancienne Belgique en de man kan ondertussen rekenen op een steeds groter wordende schare Belgische fans. Het concert bleek alweer dagenlang uitverkocht.
De zanger werd door PETA in 2007 verkozen tot 'werelds meest sexy bekende vegetariër' en misschien was het daarom niet geheel toevallig dat zich op de eerste rijen bijzonder veel jonge vrouwen geposteerd hadden. Het mannelijke publiek bestond vooral uit groene jongens (waarvan sommige deze kleur duidelijk nog droegen achter hun oren, of in de andere gevallen achter hun dreadlocks).
Rudd staat er verder voor bekend een one-man band op zich te zijn, maar deed deze keer toch beroep op Izintaba, een Zuid-Afrikaans duo bestaande uit Tio Moloantoa op elektrische bas and Andile Nqubezelo op drums. Samen zorgden ze voor een ritmesectie uit gewapend beton, die tegelijk toch subtiel en kneedbaar genoeg bleek om modern en funky te klinken.
Rudd startte zijn set met ‘The Mother’, een song uit zijn album ‘Food in the Belly’ (2005). De Australiër blies op zijn didgeridoo’s en even dachten wij dat er een Nightboat to Caïro zou gaan vertrekken. Niets was echter minder waar. Naar het schijnt zou Xavier dit Aboriginal instrument hebben leren bespelen door te oefenen op een stofzuigerhals. Of zoiets gezond is laten we in het midden maar wat onze vriend uit deze houten pijpen haalt klinkt zondermeer indrukwekkend. Daarnaast geselde Rudd zijn Weissenborn slide-gitaar dat het een lieve lust was. De waarde van de Zuid-Afrikanen werd meteen duidelijk: hun vette grooves veroverden de AB als betrof het hier een precisiebombardement.
Het van wilde ritmes en gezangen voorziene ‘Message Stick’ mocht Nqubezelo benutten om flink te keer te gaan op zijn djembe. Dit feestje van de wereldmuziek stond echter in groot contrast met het prachtige ‘Energy Song’ (voor de gelegenheid opgedragen aan de geesten van de overleden slachtoffers van de grote Belgische treinramp). Hierin stelde Rudd zijn meer rustige kant bloot. Verbeeldt u hierbij een hedendaagse Paul Simon en u komt aardig in de buurt. Dat gold ook voor het intimistische ‘Messages’, hier gekoppeld aan ‘Guku’.
Vervolgens stelde Rudd ons een paar nummers voor van zijn nieuwe, nog te verschijnen plaat ‘Koonyum Sun’. Eentje daarvan, ‘Fresh Green Freedom’ met Xavier op de elektrische gitaar leunt wat tegen reggae aan, wat meteen de vergelijkingen tussen Rudd en Marley kracht bijzette.
Tijdens ‘Foot in the Belly’ mocht onze vriend eerst nog eens lekker te keer gaan op zijn Weissenborn slide, om het daarna op een wild dansen te zetten, samen met een tiental gelukkige toeschouwers die hij hiervoor uit het podium plukte. Daarna was het tijd voor Rudd’s bekende hymne ‘Let Me Be’, in een fantastische versie, luidkeels door het publiek meegezongen.
Bissen deed Xavier Rudd & Izintaba eerst met een bezwerend ‘Pockets of Peace’ waarin hij zijn didgeridoo’s bij momenten als jachtbommenwerpers liet weerklinken. Hierop volgde een loeiharde versie van ‘Footprint’, met bassist Moloantoa in een glansrol, waarin Rudd & Band het begrip "Aboriginal Funk" krachtig definieerden. Het rustige ‘Green Spandex’ sloot dit sterk concert mooi af. Dat we Xavier Rudd & Izintaba spoedig terug zullen zien op andere Belgische (festival) podia leidt bijna geen twijfel. Deze charismatische man is helemaal klaar voor het grote werk. (Meer foto's)

zaterdag, februari 13, 2010

John Hiatt en Lyle Lovett: humor, vriendschap en respect

Er zijn zo van die dingen waar een mens geen seconde over hoeft te twijfelen; een concert van John Hiatt én Lyle Lovett samen in de AB bijvoorbeeld. Vrieskou en smeltende sneeuw dienden zich aan als mogelijke spelbrekers, maar niet tegenstaande the poor weather zat de beste concertzaal van het land toch afgeladen vol met fans van beide heren.
Elk van akoestische gitaar en stoel voorzien en slechts gewapend met hun beste songs gingen Hiatt & Lovett de confrontatie met het publiek aan. Wie gehoopt had op veel muzikale interactie tussen deze legendes was eraan voor de moeite. Eenieder speelde gewoon beurtelings een nummer terwijl de ander aandachtig en goedkeurend zat mee te luisteren. Daarna volgde vaak een verbale dialoog die veel weg had van stand up comedy, maar dan al neerzittend. Aan humor ontbreekt het dit duo zeker niet.
Hiatt kreeg de eer het concert op gang te trekken met een prima uit het hout geneden ‘Perfectly Good Guitar’. Lyle probeerde achteraf even een uitspraak over gitaar smasher Pete Townsend uit te lokken om daarna koelbloedig in te zetten met ‘Father Down The Line’. ‘Buffalo River Home’ gold als tweede Hiatt song. Er volgde een grappig gesprekje waarin Lovett zijn maatje ondervroeg over diens favoriete rivieren in de staat Tennessee. En het bleef lachen geblazen. Lovett’s ‘Natural Forces’ (met de zinsnede “Home is where my horse is” werd aangekondigd als geïnspireerd door een commercial voor een bekend biermerk.
“Deze zaal doet me denken aan de film Jailhouse Rock’ opperde Hiatt terwijl hij tuurde naar het enthousiaste publiek op de etages van de AB zaal. Na een wervelende versie van Hiatt’s ‘Tennessee Plates’ en een dito dialoog over nummerplaten werd er tijdens Lovett’s ‘I Will Rise up’ een poging ondernomen tot enig samenspel op de gitaar. Van samenzang was er lang geen sprake, misschien lag dat ook wel aan de contrasterende stemmen van de protagonisten. Lyle klinkt over het algemeen glashelder en legt wat trillende vibrato in zijn stem terwijl Hiatt’s machtige schorre schreeuw veel meer soulvol en bluesy overkomt.
“Cowboy Man” leek Lovett op het lijf geschreven en ‘Your dad did’ gold als eerste track uit Hiatt’s legendarische ‘Bring The Family’ plaat, waaruit hij later op de avond nog meer zou plukken. Maar eerst was er het diep in de ziel snijdende ‘Ain’t Never Going Back’ dat absoluut tot de hoogtepunten mag gerekend worden. Hier zette Lovett dan weer een fijn ‘L.A. County’ tegenover. John’s ‘Master of Disaster’ werd opgedragen aan de vorig jaar overleden producer Jim Dickinson die de fijne oneliner “I’m not gone, I’m just dead" op zijn grafsteen heeft laten beitelen.
En zo speelden onze beiden helden nog de ene troefkaart na de ander uit. Hiatt haalde zijn slagen binnen via schitterende versies van onder meer ‘Thunderbird’ en ‘Memphis In The Meantime’ terwijl Lovett uitblonk met ‘She’s No Lady’ en vooral ‘My Baby Don’t Tolerate’. ‘Thing Called Love’ namen beide zangers afwisselend samen voor hun rekening. Het bluesy ‘Like A Freight Train’ speelde John Hiatt als teaser voor zijn nieuwe cd ‘The Open Road’ die begin volgende maand verschijnt.
Tijdens de bisronde werd ietwat voorspelbaar uitgepakt met greatest hits ‘Have A Little Faith In Me’ en ‘If I Had A Boat’. Afsluiten deed het tweetal als volwaardig duo met de Texas Traditional ‘Ain’t No More Cane’ waarin er dit keer wel voluit kon worden samen gezongen.
Achteraf kaartte men nog druk na over wie nu de strafte van beide artiesten mocht genoemd worden. Geen mens echter die het erover eens geraakte. Wij houden het op een spectaculair gelijkspel. Zelden zagen wij twee headliners zo geïnteresseerd en respectvol naar mekaar kijken. Dit prachtige concert leverde het bewijs dat muzikale vriendschap (gelukkig nog) bestaat. (Meer foto's)

donderdag, februari 04, 2010

Fanfarlo kleurt 10 jaar Duyster

Het tienjarig bestaan van het zondagse Studio Brussel programma Duyster werd afgelopen zaterdag in de Ancienne Belgique op gepaste wijze gevierd. Een serie groepen die de stijl van het programma uitstralen werden uitgenodigd op het verjaardagsfeestje.
Brown Bird kreeg de eer om de party te openen. De bebaarde zanger gitarist/banjospeler vertelde dat het de allereerste keer was dat de groep buiten de United States optrad. De rootsy country/folk/blues klonk desalniettemin veelbelovend.
De Belgische Isbells, bekend van de radiohit ‘As Long As It Takes’, heeft zeker heel wat kwaliteiten in huis. Maar na een halfuurtje sloeg de verveling toch toe: teveel van hetzelfde en te weinig pakkende songs om onze aandacht levend te houden.
Indie Rocker Lou Barlow, onder meer bekend als bassist van Dinosaur Jr., kwam een stuk vinniger voor de dag. Na enkele solonummers op elektrische gitaar ontbond zijn groep The Missing Men alle duivels in een stevige rockset, die bij momenten naar pure punk geurde (dankzij zijn uitstekende gitarist en Nick Lowe look-a-like).
Wat later bleek de AB Club veel te klein voor het eerste Belgische optreden van de Britse Fanfarlo (foto). De vijfkoppige groep met de Zweedse zanger Simon Balthazar loste de verwachtingen helemaal in. Met een zelden geziene gedrevenheid bracht it gezelschap songs uit hun briljant debuut ‘Reservoir’ (nu al één van dé platen van het jaar) en bracht daarmee de club tot op het kookpunt. Hun muziek doet een beetje denken aan Beirut en de zang van Balthazar lijkt een kruising tussen het stemgeluid van de piepjonge David Byrne en Morrissey, maar o, wat een passie en wat een energie! Songs als ‘The Walls Are Comming Down’, ‘I’m A Pilot’, ‘Drowning Men’, ‘Comets’ en ‘Luna’ doen je meteen naar adem snakken. Meesterlijk zijn de beukende ritmes, het schitterende trompetspel, de meeslepende viool, het subtiele spel op de xylofoon, de melodica en noem maar op, Fanfarlo is een fanfare op zich, maar dan op z’n Brits. Zelden zo’n daverend applaus gehoord in de Club en – ik wik mijn woorden – één van de allerbeste concerten die ik op deze plek zag. Fanfarlo is het best bewaarde geheim van muzikaal 2010, maar voor hoe lang nog?
Na het uitstekende werk van Fanfarlo begaven we ons graag naar de grote zaal waar The Low Anthem , als topact , de ultieme kers op de Duystertaart mocht plaatsen. De groep lijkt de laatste maanden overigens niet weg te slaan uit de Lage Landen want dit was reeds het derde concert op Belgische bodem binnen enkele maanden tijd en ook in Nederland treedt de groep met de regelmaat van een klok op. Verrassend konden we hun act niet meer noemen, voor kwaliteit en intensiteit zorgde de groep zeker wel.
Het kwartet multi-instrumentalisten uit Rhode Island begonnen, hoe kan het ook anders, fluisterend aan hun concert met een sfeervolle versie van ‘To The Ghosts Who Write History Books”, waarmee ze de uitverkochte zaal meteen tot absolute stilte dwongen. Die duisterse stilte bleef ook nog hangen tijdens de volgende nummers waarvan het leeuwenaandeel geplukt was uit hun schitterende cd ‘“Oh My God, Charlie Darwin”. Songs als ‘To Ohio’, ‘Ticket Taker’ en ‘Charlie Darwin’ klonken live nog een stuk intenser dan op plaat. Mooi ook om te zien hoe de groepsleden zich bij momenten verzamelden rond één microfoon en zo voor pure vocale pracht zorgden. Ook mooi: “Sally Where’d You Get Your Liquor From” (bekend van Reverend Gary Davis) waarin Ben Knox Miller op mondharmonica herinneringen opriep aan Dylan in zijn allerbeste periode. Die Dylan vergelijking ging ook op voor hardere nummers als “Home I’ll Never Be” en vooral “The Horizon Is A Beltway” die wel op ‘The Basement Tapes’ hadden kunnen staan. Tijdens dat laatste nummer ging Jeff Prystowsky zo hartstochtelijk te keer dat zijn drumstel , dat het geweld niet meer aankon, met een doffe plof naar beneden zeeg.
Tijdens de bisronde luisterde de volle AB nog ademloos naar het beklijvende ‘Cage The Songbird’ en was de strijd voorgoed gestreden. The Low Anthem blijft een topgroep in zijn tijdsgewricht. (Meer foto's)
Eén en ander kan je hier nog eens (her)beluisteren.

maandag, januari 18, 2010

The Havana Lounge zonder artrose in Brussel

De koude wintermaand januari doet een mens al eens verlangen naar de zon. Daarom alleen al vonden wij het zaterdagavond een goed idee om onze ziel te verwarmen aan de traditionele Cubaanse muziek, gebracht door topmuzikanten binnen het genre.
‘Live From Buena Vista’ stond er vet gedrukt op de affiche en daarmee bedoelde men dat de muzikanten van The Havana Lounge allen importproducten zijn uit de legendarische wijk in Havana met dezelfde naam. Deze staat zowat synoniem voor al het goede van de Cubaanse muziek. Maar ‘Buena Vista’ doet natuurlijk ook meteen denken aan die fameuze plaat uit 1997, gemaakt in samenwerking met Ry Cooder en aan de Wim Wenders film die erop volgde. Veel van de oude knarren (Rubén Gonzalez, Compay Segundo, Ibrahim Ferrer, …) die door dit project plots de status van wereldberoemdheid verwierven, gaven tijdens het vorige decennium de pijp (of was het de Cubaanse sigaar?) aan Maarten. Maar wie had gedacht dat daardoor de Cubaanse muziek terug in te vergetelheid zou belanden had het mis.
Een paar overlevenden van de Buena Vista Social Club verenigden zich met andere rasmuzikanten uit Havana’s musical quarter en trokken de wereld door onder de naam ‘The Havana Lounge’. Deze bezetting, bestaande uit een tien- tot twaalftal leden, toerde de wereld rond en kende vooral veel succes op het Europese vasteland. In 2007 stond dit gezelschap al eens eerder op de planken van de Ancienne Belgique en vele toeschouwers die toen aanwezig waren keerden vorige zaterdag vol verwachting terug naar Brusselse muziektempel nummer één om de vaandeldragers van de Cubaanse ‘Son’ opnieuw aan het werk te zien.
The Havana Lounge koos er dit keer voor om hun troefkaart ‘Chan Chan’ helemaal aan het begin van de set uit te spelen. Dit bleek achteraf zeker een goede keuze want het bracht meteen de good vibes in de uitverkochte zaal. Stilstaan bij deze muziek is nog steeds heel onnatuurlijk en de meeste toeschouwers gebruikten het klein beetje ruimte dat ze toebedeeld kregen om een klein danspasje te wagen of ze wiegden gewoon soepel mee met de muziek.
Buena Vista Soicial Club-veteraan Julio Alberto Fernandez, in smetteloos wit maatpak en met rode das, gaf tijdens het zingen zelf het goede voorbeeld. De souplesse van zijn stem was rechtevenredig met dat van zijn lichaam. Gezien zijn gevorderde leeftijd kon dit als prestatie al tellen. Net zoals de andere leden van dit gezelschap lijkt Julio Alberto vrij van artrose. Mooi ook om te zien hoe hij met priemende oogjes het vrouwelijk schoon op en voor het podium begluurde. Verder slaagde Fernandez erin het Brusselse publiek door middel van een snelcursus de cha cha cha aan te leren en ook in de slepende duetten met de zangeressen toonde hij zich een meester.
Maar niet alleen Fernandez stal de show zaterdagavond. Zangeres Teresa Garcia Caturla (onder meer bekend van The Afro Cuban All Stars) zong niet alleen fantastisch met haar soulvolle Spaanse stem, ze liet ook geen kans onbenut om haar publiek op de tonen van de Afrocubaanse ritmes op te zwepen en als het ware mee te zuigen in de muziek. Die duivelse Caturla biedt een spektakel op zich en is een lust om gade te slaan. Aan het einde van het concert gooide ze een kalebas met een kralennet telkens weer het publiek in en ving deze als een verbeterde versie van Stijn Stijnen telkens weer op. Ook dat was een prestatie!
De derde zangeres, de (relatief) jonge Maria Viktoria Rodriguez, wist verder ook te overtuigen. Met haar wendbare, loepzuivere stem en haar opzwepende danspasjes slaagde ze erin het publiek voor haar te winnen. Naast de gezongen nummers bestond het concert verder nog uit tal van instrumentale stukjes waarin de muzikanten zich schijnbaar moeiteloos in de spotlights konden werken. Zo onthouden we onder meer mooie improvisaties tussen de elektrische en akoestische (tres) gitarist. Daarnaast vingen we uitstapjes op naar ‘La Bamba’, ‘Samba Pa ti’, ‘The Pink Panther Theme’ en zelfs ’ Katinka’. Toen ook nog een flard ‘Sunshine Of Your Love’ (Cream) uit ’s mans elektrische gitaar ontsproot waanden we ons even verdwaald in dit muziekland.
Hoogtepunten van dit uitstekende concert zijn moeilijk te noemen, maar we onthouden vooral een onweerstaanbaar swingend ‘El Cuarto DeTula’ en een aangrijpend ‘Dos Gardenias’ (gezongen door Fernandez).
Het publiek riep The Havana Lounge nog tweemaal terug en in de bissen trakteerden dit schitterende ensemble ons nog op een sfeervol ‘Guantanamera’ om daarna te eindigen met een ultiem afscheidslied. Met een mooie en vooral warme herinnering rijker kliefden we ons daarna door de Brusselse winternacht terwijl we een krachtig ‘Arriba!’ slechts nauwelijks konden onderdrukken. (Meer foto's)

vrijdag, januari 08, 2010

donderdag, december 31, 2009

Best of the 2000's

1. Remastered Stereo Box Set - The Beatles
2. Love & Theft - Bob Dylan
3. Live in London - Leonard Cohen
4. Unearthed - Johnny Cash
5. Paul McCartney – Chaos and Creation in the Backyard
6. When I Was Cruel - Elvis Costello
7. Essence - Lucinda Williams
8. Modern Times - Bob Dylan
9. Ectacy - Lou Reed
10. Greendale - Neil Young
11. Devils & Dust - Bruce Springsteen
12. My Name is Buddy - Ry Cooder
13. Come Away With Me – Norah Jones
14. Shine A Light – The Rolling Stones
15. The Wind - Warren Zevon
16. All I Intented to Be - Emmylou Harris
17. Don't Give Up On Me - Solomon Burke
18. You Are The Quarry – Morrissey
19. Trampin’ – Patti Smith
20. Tropical Brainstorm – Kirsty MacColl

woensdag, december 23, 2009

SHAKETOWN LIJSTJES 2009

BESTE STUDIOPLATEN 2009
1. TOGETHER THROUGH LIFE –BOB DYLAN
2. MY ONE AND ONLY THRILL – MELODY GARDOT
3. THE FALL – NORAH JONES
4. MONSTERS OF FOLK – MONSTERS OF FOLK
5. BORN FANCY – THE FANCY DAN BAND
6. SOMETIMES I WISH WE WERE AN EAGLE – BILL CALLAHAN
7. OH MY GOD, CHARLIE DARWIN – THE LOW ANTHEM
8. CLOSER TO THE BONE - KRIS KRISTOFFERSON
9. QUIET NIGHTS – DIANA KRALL
10. ROLL ON – JJ CALE

SINGLE
I’M THROWING MY ARMS AROUND PARIS - MORRISSEY

VERBLUFFENDE LIVE PLATEN
1. GOOD EVENING NEW YORK CITY – PAUL MCCARTNEY
2. LIVE IN LONDON – LEONARD COHEN
3. GLITTER AND DOOM LIVE – TOM WAITS

BESTE VERZAMELBOX ALLERTIJDEN
THE BEATLES STEREO BOX SET

LIVE CONCERTEN
1. PAUL MCCARTNEY (ARNHEM / KEULEN)
2. LEONARD COHEN (ANTWERPEN)
3. SARAH LEE GUTHRIE & JOHNNY IRION (HAREN)
4. BOB DYLAN (VORST / AMSTERDAM)
5. NEIL YOUNG (ANTWERPEN)
6. MELODY GARDOT (BRUSSEL)
7. RY COODER & NICK LOWE (ANTWERPEN / BRUSSEL)
8. LYLE LOVETT (BRUSSEL)
9. GRACE JONES (BRUSSEL)
10. MORRISSEY (ANTWERPEN /BRUSSEL)

FILM
WHATEVER WORKS – WOODY ALLEN

dinsdag, december 22, 2009

McCartney rockt verder in Keulen

Ook in Keulen liet Paul McCartney zich van zijn sterkste kant zien. De set bestond uit dezelfde nummers als in Arnhem plus één extra nummer 'A Wonderful Christmas Time' dat McCartney voor het eerst live speelde. Vanavond eindigt Paul's korte Europese tour in the O2 in Londen. (Meer foto's van het eerste concert in Keulen)

zondag, december 13, 2009

Paul McCartney in Arnhem: fenomenaal en fabelachtig, magisch en memorabel

Wie zich, zoals wij, wilde verzekeren van een goede staanplaats in de Arnhemse Gelredome voor het concert van Paul McCartney moest daar iets voor over hebben. Na een autorit van ongeveer twee uur vanuit Brussel, stonden we omstreeks 16u00 aan de ingang van ‘Het grootste muziektheater in Nederland’, zoals de Gelredome ook wel eens wordt genoemd. Dan was het nog twee uur wachten vooraleer de deuren open zwaaiden en wij onze plaats op de vierde rij voor het podium konden innemen.
Precies om kwart over acht was het dan zover. De lichten floepten uit, Paul & band namen hun plaatsen in en we waren vertrokken voor een tochtje door de ‘Magical Mystery Tour’, dat al van bij de eerste noten door het publiek met nooit gezien enthousiasme werd onthaald. Magie van bij het begin en al meteen een hoogtepunt van het concert, dat bijna alleen uit hoogtepunten zou bestaan. ‘Drive My Car’ volgde, met Paul, net zoals in het openingsnummer, spelend op zijn typische Hofner Bass. Samen met de vier andere uitstekende bandleden (tweemaal gitaar, drums en toetsen) maakte hij het nummer tot het equivalent van wat men een smashpoint in het tennis pleegt te noemen.
‘Jet’ met zijn krachtige gitaren was het eerste uitstapje naar de Wings-periode waaruit McCartney verder op de avond nog meermaals zou putten. Maar wie gedacht had dat de ex-Beatle slechts oldies show zou opvoeren had het helemaal mis. ‘Only Mama Knows’, één van zijn betere rocknummers van de laatste jaren schoot krachtig uit de startblokken, nadat Paul het publiek in het Nederlands had aangesproken ”‘Et is koet ier wier te sein”. Het gejuich dat hierop volgde bewees dat het publiek het helemaal eens mee was met de man.
‘Flaming Pie’ (uit de gelijknamige plaat uit 1997) werd als een lekker tussengerechtje opgediend. Toen Paul daarna onder luid applaus zijn jasje uittrok en zijn roze hemd met witte bretels zichtbaar werden waarschuwde hij ons dat dit “The only wardrobe change of the evening” zou worden. Hij is Mick Jagger niet en al evenmin Elton John. Neen, Paul moet het van de muziek zelve hebben. One, Two, Three, Four….en daar huppelde ‘Got To Get You Into My Life’ voorbij. Voor ‘Let Me Roll It’ ruilde Paul voor het eerst zijn hofner bass voor zijn gekleurde Gibson. De song eindigde spectaculair met flarden van Jimi Hendrix’ ‘Foxy Lady’. Sir Paul huldigde de legendarische gitarist achteraf met de volgende anekdote. Toen hij in 1967 een optreden van Hendrix bijwoonde in Londen opende deze tot zijn verbazing met ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ en dit terwijl het Beatles meesterwerk slechts twee dagen eerder was uitgebracht.
‘Highway’, uit de vorig jaar verschenen plaat van The Fireman sloot weer even aan bij het heden. Daarna nam McCartney plaats achter de piano, eerst voor een perfect gezongen ‘The Long And Winding Road’ en daarna voor het splinternieuwe nummer dat Paul componeerde voor de nieuwe film van Robert De Niro ‘(I Want To) Come Home’, één van de mooiste ballades die Paul het laatste decennia uit zijn pen kneep. Het aan Linda opgedragen ‘My Love’ was misschien het enige zwaktemoment van de avond, maar we vergaven het Paul heel graag.
Vervolgens verdwenen de bandleden even achter de coulissen en stond McCartney moederziel alleen voor zo’n 27.000 toeschouwers. Met een perfect gebracht ‘Blackbird’ zorgde hij voor een onvergetelijk moment van ontroering bij zowat iedereen in het publiek. De krop in de keel bleef hangen tijdens ‘Here Today’, een song die Macca in 1982 schreef voor zijn vriend John Lennon.
Ondertussen had Macca de spandoeken in het publiek gelezen. Op eentje stond ‘Trade your plectrum for my girlfriend’. Hoe ziet uw vriendin eruit? wilde Paul weten. Het antwoord bleef (helaas) onduidelijk.
Het recente ‘Dance Tonight’ bracht daarna wat vrolijkheid in de zaal. ‘And I Love Her’, het oudste (Beatles)nummer dat Macca in Arnhem speelde, klonk alsof het pas gisteren geschreven werd wat nog eens bewijst dat het werk van het fameuze viertal uit Liverpool geheel tijdloos en van alle tijden is.
Even dreigde Macca zich te vergrijpen aan ‘Mrs Vandebilt’ (‘They like this in Kiev!’) maar een ingetogen ‘Eleanor Rigby’ en de ultieme Wings klassieker ‘Band On The Run’ zette de trein weer op het goede spoor. ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’ mag dan wel het meest onnozele Beatlesnummer allertijden zijn, maar –who cares- in deze setting werkte het uitstekend! ‘Sing The Changes’ (uit ‘Electric Arguments’ van The Fireman) gold als het laatste recente nummer, daarna werden de grote kanonnen in stelling gebracht.
‘Back In The USSR’ rockte als de be(e)sten. Het deels op ukelele gespeelde ‘Something’ ontpopte zich tot een hartverwarmende tribute aan George Harrison. Nog een hoogtepunt; het iets minder bekende ‘I’ve Got A Feeling’ dat met zijn jengelende gitaren (Paul opnieuw op Gibson) bijzonder groovy voor de dag kwam. En is er iemand die kan weerstaan aan een subliem gezongen ‘Paperback Writer’?
En nog was het niet gedaan. Want wat Paul daarna nog uit de mouw schudde haalde de laatste sceptici helemaal onderuit. De Lennon-ode ‘A Day In The Life’ ging naadloos over in John’s filosofische statement ‘Give Peace A Chance’ dat -wat dacht u- massaal werd meegezongen. Nooit hoorden we Paul ‘Let It Be’ beter zingen als hier in Arnhem. ‘Live And Let Die’ zorgde ook nu weer letterlijk en figuurlijk voor spetterend vuurwerk. En bij ‘Hey Jude’ nam Paul even de rol aan van meester dirigent die het ‘Na Na Na Na’ refreintje tot op de achterste rijen liet meezingen.
De eerste bisronde bestond uit het fantastisch ‘Day Tripper’ (onlangs nog verkozen tot één van de beste gitaarriffs allertijden), een stevige versie van ‘Lady Madonna’ met Paul op de piano en een wervelend ‘Get Back’. “Do YOU wanna Get Back?” plaagde Paul aan het eind van het nummer. Ja, dat wilden wij, waarop Paul de song opnieuw inzette.
Alsof dit alles nog niet genoeg was kwam Sir Paul nog één keer terug. ‘Yesterday’ (de meest gecoverde song ooit) mocht natuurlijk niet ontbreken op dit Macca feest, maar het was de energieke, messcherpe versie van ‘Helter Skelter’ die de Gelredome transformeerde in een adembenemende roetsjbaan, waaruit geen ontsnapping mogelijk was. Deze grandioze muzikale ervaring kon slechts worden geëvenaard door ‘Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band (reprise)’ overgaand in een ultiem ‘The End’ (de laatste song uit de laatst opgenomen plaat van The Beatles), waarin superdrummer Abe Laboriel Jr zich voor de laatste keer van zijn meest spectaculaire kant mocht laten zien. McCartney bedankte zijn band, zwaaide nog uitvoerig naar het publiek en verdween dan van het toneel.
Slotsom: de ex-Beatle verwende bijna drie uur (35 songs!) lang zijn publiek, zonder ook maar één moment wat pauze of zelfs een slokje water tot zich te nemen. Gitaristen Rusty Anderson en Brian Ray, toetsenist Paul ‘Wix’ Wickens en drummer Abe Laboriel Jr, al tien jaar lang de vaste secondanten van McCartney, vormen de beste begeleidingsband die Paul zich kan dromen. Terugdenkend aan alle McCartney optredens (Rotterdam ’89, Gent ’93, Antwerpen ’03, Arnhem ‘09) die we van de man zagen, verkiezen we dit laatste concert als het allerbeste wegens de beste setlist, de beste uitvoeringen en Macca zelf het best bij stem. Al bij al was dit een hoogst memorabel concert dat nog dagenlang blijft nazinderen.
Ongetwijfeld zullen er over tien, twintig of zelfs honderd jaar nog verschillende verdienstelijke Beatles Cover Bands opstaan. Maar nooit zal deze muziek hetzelfde klinken of dezelfde betekenis hebben zonder de aanwezigheid van de man die, samen met John Lennon, toch de bepalende figuur was binnen The Fab Four. De kans dat we dit soort magische momenten nog kunnen meemaken wordt gezien de leeftijd van Sir Paul met de dag kleiner. Wie dit “concert van het jaar” alsnog in levende lijve wil meemaken, koopt best nog snel een kaartje voor Paul’s concert in de Keulense Arena op 16 of 17 december. Beschouw dit als het beste muzikale advies dat u ooit gekregen hebt. A Splendid Time Is Guaranteed For All! (Meer foto’s)

Setlist:

1. Magical Mystery Tour
2. Drive My Car
3. Jet
4. Only Mama Knows
5. Flaming Pie
6. Got To Get You Into My Life
7. Let Me Roll It
8. Highway Play
9. The Long and Winding Road
10. (I Want to) Come Home
11. My Love
12. Blackbird
13. Here Today
14. Dance Tonight
15. And I Love Her
16. Mrs Vandebilt
17. Eleanor Rigby
18. Band on the Run
19. Ob-La-Di, Ob-La-Da
20. Sing the Changes
21. Back in the U.S.S.R.
22. Something
23. I've Got a Feeling
24. Paperback Writer
25. A Day In The Life
26. Let It Be
27. Live and Let Die
28. Hey Jude

Bis 1:
29. Day Tripper
30. Lady Madonna
31. Get Back

Bist 2:
32. Yesterday
33. Helter Skelter Play Video
34. Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (Reprise)
35. The End


dinsdag, december 01, 2009

Shaketown's eresaluut aan Ramses Shaffy

Ramses Shaffy is vanmorgen in Amsterdam overleden. De eerste en enige keer dat ik Ramses zag was op een mooie zomermiddag in het Brusselse warandepark in het gezegende jaar 1993. Samen met Liesbeth List, vriendin voor het leven, zong hij toen zijn mooiste liedjes, die ook toen al tot het Nederlandstalig erfgoed behoorden. Songs van een kwaliteit die je nog maar zelden hoort.
Na lange tijd rommelen in een oude doos met half vergeten herinneringen vond ik vanavond deze twee bijgevoegde foto's terug. Ze behoren tot de allereerste concertfoto's die ik ooit nam. Ramses, toen al bijna 60 jaar, maakte door zijn presence een grote indruk op me. Na dit concert ben ik me pas echt gaan verdiepen in zijn muziek. En inderdaad, het klopt, we hebben vandaag de 'Brel van de Lage Landen' voor eens en voor altijd verloren ..."Ik zal ook wel een keertje sterven,
daar kom ik echt niet onderuit.
Ik laat mijn liedjes dan maar zwerven,
en verder zoek je het maar uit" (RS)

(video)

donderdag, november 26, 2009

BOB DYLAN - Christmas In The Heart

The Christmas Times, They Are A-changin’! Geen enkele plaat was dit najaar zo controversieel als Bob Dylan’s ‘Christmas In The Heart’. Dylan-exegeten beschouwen de plaat slechts als een niemendalletje, de meester onwaardig. Christelijke fundi’s menen dat het niet hoort dat uitgerekend een jood zich geroepen voelt om hun kerstliederen te zingen, vrijzinnigen vervloeken de religieuze connotaties van de kerstgezangen terwijl verstokte Dylanfans geen kans onbenut laten om van de daken te schreeuwen hoe fantastisch de nieuwe (kerst)Dylan wel is. Hoed u ook voor deze laatsten, want het zijn diezelfde Charels die alles wat de zanger doet kritiekloos toejuichen, ook al zou deze op een mooie dag besluiten om een gezongen versie van de handleiding van uw microgolfoven op plaat te zetten.
Wij kunnen ons niet voorstellen dat Bob de controverse rond dit album niet van ver zag aankomen. Waarschijnlijk lacht hij nu zelfs in zijn vuistje. Misschien wilde hij met ‘Christmas In The Heart’ zijn eerste echte protestplaat afleveren in meer dan 30 jaar? Bob steekt zijn Kerstelijk rode tong ver uit naar iedereen die meent te weten hoe een Dylanplaat feitelijk moet klinken en bevrijd zichzelf op deze manier van alle ‘do’s & don’ts’die anderen hem opleggen. Bob Dylan doet gewoon zijn zin, no matter what en als hij zich hiervoor moet vermommen als de kerstman, so be it. Dat hij de volledige opbrengst schenkt aan het World Food Programme is hierbij een leuke bijkomstigheid.
Of u zelf van ‘Christmas In The Heart’ zult houden of niet, heeft alles te maken met hoe u tegen Dylan aankijkt. Sommigen zullen de humor waarderen van nummers als ‘Here Comes Santa Claus’ (compleet met jingle bells), ‘Must Be Santa’ (een soort snijdersbank op zijn Amerikaans) en ‘Christmas Island’ (Kerst op zijn Hawaiaans), anderen, zeker deze met een Kerstallergie, zullen hier totaal op afknappen. Veel nieuwe zieltjes zal het Zimmermannetje er vast niet mee winnen, tenzij misschien een paar oude Vaticaanse geestelijken die zich zijn optreden voor paus Johannes-Paulus II nog vaag herinneren. Maar ook daar is het Dylan niet om te doen. Wel om artistieke vrijheid en speelplezier, want dat Dylan zich geamuseerd heeft tijdens de opnames lijdt geen twijfel.
In de klassiekers ‘Adeste Fideles’, ‘O’ Little Town Of Bethlehem’ en ‘Little Drummer Boy’ hoef je echter van Dylan muzikaal gezien weinig vernieuwends te verwachten. Het feit dat hij ze zingt (en bijvoorbeeld niet Helmut Lotti) is op zich al origineel genoeg. De beste song op de plaat vinden wij, met lengten voorsprong ‘Christmas Blues’, misschien het enige nummer dat makkelijk op een andere plaat van his Bobness had kunnen staan.
Als besluit raden wij iedereen aan deze plaat te gebruiken waarvoor ze bedoeld is, namelijk om de kerstdagen op te fleuren. Hou uzelf dus aan een zekere sperperiode. Teveel en te vaak ‘Christmas In The Heart’ haalt namelijk de kalkoen in onszelf naar boven en we hoeven u niet te vertellen wat daarmee op 25 december gebeurt. Nog een laatste tip: bekijk hieronder de videoclip eens van ‘Must Be Santa’ en u snapt meteen het hele plaatje. Hilarisch!